Er is maar één wereld: Gods wereld. Een theologische verkenning.

Leven we als gelovigen in twee werelden – een kerkelijke en een seculiere – of is die scheiding zelf een misverstand? In zijn nieuwjaarspreek verwoordde aartsbisschop Bernd Wallet het scherp: ‘Er zijn helemaal geen twee werelden waarin je leeft, er is er maar één.’ Mattijs Ploeger denkt in dit verdiepende artikel theologisch verder over die uitspraak. Hij verkent hoe het westerse christendom is gaan denken in gescheiden werkelijkheden, met als gevolg dat de wereld ‘seculier’ werd en geloof een optioneel extraatje. Ploeger pleit voor een herontdekking van de wereld als Gods wereld, waarin geloof geen toevoeging is aan het leven, maar een allesomvattende manier van kijken, verstaan en handelen.

Mattijs Ploeger is rector van het Oud-Katholiek Seminarie (Universiteit Utrecht), waar hij Systematische Theologie en Liturgie doceert.

Kerk en wereld? ‘Er zijn helemaal geen twee werelden waarin je leeft, er is er maar één!’ Aldus aartsbisschop Bernd Wallet in zijn nieuwjaarspreek op zondagmiddag 4 januari (terug te luisteren op het YouTube-kanaal ‘Oud-Katholiek Utrecht’). Er is niet een binnenkerkelijke wereld van geloof met daarnaast een seculiere wereld waarvoor de gelovige wereld bang zou moeten zijn, of waarvoor de gelovige wereld een verkondigende of dienende boodschap zou moeten hebben. Er is maar één wereld. De kerk is onderdeel van die wereld. En die wereld is van God. Bisschop Bernd: ‘Er is geen andere wereld naast Gods wereld.’

In dit artikel filosofeer ik een beetje verder over die uitspraak. Het christendom, vooral in het Westen, is in zijn tweede millennium vaak uitgegaan van gescheiden werelden. Die scheiding kan de vorm aannemen van de goede God die nauwelijks meer herkenbaar is in de zondige, ‘gevallen’ mensheid en wereld. Of er kan een scheiding worden gemaakt tussen het ‘natuurlijke’ en het ‘bovennatuurlijke’. De natuurlijke wereld is weliswaar Gods schepping, maar leidt in deze opvatting een min of meer zelfstandig leven. God breekt soms op bovennatuurlijke wijze door de natuurlijke wereld heen, bijvoorbeeld in de sacramenten, maar die hebben verder weinig te maken met het gewone leven in de gewone wereld.

Zulke manieren van denken hebben geleid tot twee uitgangspunten die in het licht van het christelijk geloof misverstanden zijn. Ten eerste de gedachte dat de gewone wereld ‘seculier’ is. Ten tweede de gedachte dat zaken als God, geloof, religie een ‘extraatje’ zijn, waar religieuze mensen zich desgewenst mee bezig kunnen houden, naast hun verder seculiere leven.

De wereld is niet seculier

Een christen is iemand die God, mens en wereld bekijkt en beleeft vanuit een christelijk perspectief. Dat begint ermee dat heel het leven en heel de wereld worden gezien als een schepping van God. Niet als iets wat er nu eenmaal is, maar als iets waar God vanuit liefde speciaal voor gekozen heeft.

Weliswaar beantwoorden mensen vaak niet, of niet adequaat, aan de liefdevolle intentie van God. Zonde viert hoogtij – vanaf Adam en Eva, via Kaïn en Abel, tot en met de nieuwsberichten van vandaag en een eerlijke blik in ons eigen hart. De verhoudingen tussen God, mens en wereld zijn ernstig verstoord. Maar dat betekent niet dat God de mensheid en de wereld verlaten heeft. God blijft stimulerend en corrigerend met mensen omgaan. De wereld is nog steeds Gods wereld. Mensen zijn nog steeds mensen van God.

Geloof is geen extraatje

Het tweede misverstand is dat geloof een extraatje is. In deze opvatting zijn religieuze mensen heel ‘gewone’ seculiere mensen, die zich toevallig in hun privéleven door bepaalde spirituele gedachten en gevoelens laten inspireren. Maar die spiritualiteit heeft geen invloed op hoe je naar de ‘gewone’ wereld kijkt.

Voor een christen is dit een onzinnige gedachte. Want christelijk geloof is niet een religieus laagje over (een deel van) je seculiere leven, maar een bepaalde kijk op heel de werkelijkheid. Vergelijk het met een diepgewortelde maatschappelijke of politieke wereldbeschouwing. Neem bijvoorbeeld mensen die principieel socialistisch denken of principieel liberaal. Voor hen is dat niet alleen een manier van denken, maar een manier om heel het leven en heel de wereld te zien, te ervaren, te interpreteren en erin te handelen. Hun politieke bewustzijn beperkt zich niet tot het moment waarop ze in het stemhokje staan – alsof dat het ‘politieke moment’ zou zijn (vergelijkbaar met een losstaand, nergens mee verbonden ‘liturgisch moment’). Integendeel: het politieke bewustzijn doortrekt, bewust en onbewust, hun hele leven. Het beïnvloedt de manier waarop ze mensen en situaties ervaren en interpreteren. Het beïnvloedt de maatstaf die ze voor hun eigen gedrag hanteren. En het beïnvloedt hun hoop en verlangen.

Zo werkt het ook bij gelovigen. Wat zij zien (of in elk geval proberen te zien) is de wereld als Gods wereld, mensen als Gods mensen, zichzelf als een geliefd kind van God. Wat er in hun leven en in de wereld gebeurt, interpreteren zij (in elk geval mede) aan de hand van bijbel, traditie, liturgie, geloofsgemeenschap. Geloof is geen extraatje voor een ‘spiritueel moment’. Geloof is een manier van kijken en luisteren, een manier van denken en praten, een manier van hopen en verlangen, een manier van doen en laten. ‘Er zijn helemaal geen twee werelden waarin je leeft, er is er maar één! Er is geen andere wereld naast Gods wereld.’

De gescheiden werelden samenbrengen: twee opties

Om de gescheiden werelden weer bij elkaar te brengen, kun je twee kanten op. Ik ga die twee opties nu schetsen op een beknopte manier, die ondanks het gebrek aan nuance hopelijk helpt om over deze dingen na te denken. De eerste optie ‘maakt het bovennatuurlijke natuurlijk’, de tweede optie ‘maakt het natuurlijke bovennatuurlijk’.

Eerste optie: het bovennatuurlijke wordt natuurlijk gemaakt

De eerste manier om de gescheiden werelden samen te brengen, gaat als volgt. Als God zich dan zo liefdevol met zijn schepping heeft ingelaten, en als de ‘gewone’ wereld niet los kan worden gezien van God, dan vinden we God blijkbaar in de ‘gewone’ wereld. Aangezien hedendaagse mensen met ‘gewoon’ meestal ‘seculier’ bedoelen, wordt het seculiere tot uitgangspunt genomen. Alles wat we (‘nog’) over God kunnen en willen zeggen, moet te rijmen zijn met wat seculiere mensen denken en ervaren. Pas dan neem je volop serieus dat de goddelijke wereld niet een andere wereld is dan de aardse werkelijkheid. (Let op dat met het woord ‘werkelijkheid’ meestal ongemerkt een seculiere kijk wordt bedoeld op wat werkelijk, waar en echt is.)

Deze denkrichting kan ertoe leiden dat bijbel, traditie, kerk en liturgie grotendeels achter de horizon verdwijnen. Geloof wordt dan ofwel maatschappelijke, politieke reflectie, ofwel pastorale, therapeutische betrokkenheid bij individuele mensen. Beide zijn natuurlijk zinvol en noodzakelijk, maar ik vind het een vraag waarom je daarvoor kerk en theologie nodig zou hebben. Meestal leidt deze visie er dan ook toe, dat kerk en theologie sterk gerelativeerd worden, tot op het punt dat zij – door deze theologie zelf – als overbodig worden gezien.

Er is een radicale manier om deze optie theologisch te onderbouwen. Die gaat ervan uit dat dit de betekenis van Kerstmis is. ‘God is mens geworden’ betekent dan: God identificeert zich voortaan (definitief en uitsluitend) met het menselijke, het aardse, het lichamelijke, het materiële. Kortom: God is seculier geworden. Secularisatie is in deze visie het ultieme succes van wat God met Kerstmis is begonnen. Het bovennatuurlijke is natuurlijk geworden.

Tweede optie: het natuurlijke wordt bovennatuurlijk gemaakt

De andere optie heeft hetzelfde doel, namelijk om de gescheiden werelden weer bij elkaar te brengen. Als God zich dan zo liefdevol met zijn schepping heeft ingelaten, en als de ‘gewone’ wereld niet los kan worden gezien van God, dan vinden we God blijkbaar in de ‘gewone’ wereld. Dit zijn precies dezelfde zinnen als waarmee optie 1 begon. Het grote verschil is dat in optie 2 de ‘gewone’ wereld niet wordt opgevat als seculier, maar als wereld van God. Voor een christen is het immers ‘gewoon’ om de wereld te zien als de wereld van God.

God vinden in de gewone wereld betekent in optie 2 dat we in de gewone wereld sporen proberen te zien van Gods aanwezigheid. Het verschilt per theologische en kerkelijke traditie, hoeveel ‘doorzichtigheid’ (sacramentaliteit) God in de wereld laat zien. Dat hangt enerzijds af van hoe ernstig je de breuk tussen God en mens (de ‘zondeval’) opvat. Is de wereld nog steeds Gods goede wereld met alleen wat breuken en barsten? Of is Gods goede wereld grotendeels of geheel bedorven door de zonde? Anderzijds hangt het af van hoe serieus je neemt dat Jezus Christus de wereld heeft gered. Heeft hij alleen een soort geestelijke verzoening tussen God en het individu tot stand gebracht? Of heeft zijn menswording heel de wereld opnieuw van goddelijke presentie vervuld (het natuurlijke is bovennatuurlijk geworden) en heeft zijn verrijzenis de hele schepping vernieuwd? Als we onze liturgische gebeden en gezangen serieus nemen, is het laatste het geval.

Er is maar één wereld: Gods wereld

Ook in optie 2 heeft geloof te maken met maatschappelijke reflectie en met pastorale betrokkenheid. Maar in optie 2 gaat geloof daar niet in op. De denkvolgorde is andersom. Het geloof wordt niet pas relevant als het seculier is vertaald. Geloof wordt relevant als het schijnbaar seculiere een vindplaats van God blijkt te zijn.

Het nadeel van optie 1 vind ik, dat de gescheiden werelden eigenlijk niet verbonden worden. De bovennatuurlijke wereld wordt afgeschaft en de natuurlijke wereld wordt – als seculiere wereld – tot norm verheven. In optie 2 wordt de bovennatuurlijke wereld ook heel sterk met de natuurlijke wereld verbonden, maar zonder daarin op te gaan, en zonder de natuurlijke wereld seculier te verklaren.

Wat hebben wij in deze tijd nodig, en waaraan kan de kerk in deze tijd bijdragen? Niet dat het seculiere tot norm verheven wordt. Dan is de kerk per definitie een overbodigheid. Maar wel dat wij aan onszelf, en hopelijk aan een paar medemensen, laten zien dat de wereld niet zinloos en liefdeloos is, niet ten einde toe aan machtsmisbruik en geweld is overgeleverd, maar – ‘tegen alle schijnbaar noodlot in’ (Gezang 315) – de wereld van God is. ‘Er zijn helemaal geen twee werelden waarin je leeft, er is er maar één! Er is geen andere wereld naast Gods wereld.’ De wereld van deze specifieke God, die zich in Jezus Christus door de heilige Geest aan ons geeft en met ons deelt.

Achtergrondinformatie        
De formulering ‘het natuurlijke bovennnatuurlijk maken’ en omgekeerd stamt van de rooms-katholieke theoloog Henri de Lubac. Het thema is later opgepakt door de anglicaanse theoloog John Milbank en de – volgens mij voor oud-katholieken interessante en relevante – beweging ‘Radical Orthodoxy’. Ook theologisch, maar een stuk toegankelijker, schrijft over deze thematiek de protestantse, later anglicaans geworden, theoloog Hans Boersma. De gedachte dat het schijnbaar seculiere een vindplaats van God kan zijn, wordt bijvoorbeeld uitgewerkt in geschriften van de rooms-katholieke theoloog Erik Borgman en ook van onze emeritus-aartsbisschop Joris Vercammen.