Het bisdom Haarlem omvat sinds de oprichting in het jaar 1559 het gebied van de provincie Noord-Holland min het Gooi, maar sinds kort mét Mijdrecht. Het bisdom omvat acht parochies en één statie. De plaatsen waar kerkdiensten worden gehouden zijn precies op de vingers van twee handen te tellen, van noord naar zuid: Den Helder, Alkmaar, Enkhuizen, Egmond, Krommenie, IJmuiden, Haarlem, Amsterdam, Aalsmeer en Mijdrecht.

Overleg en ontmoeting

Het bisdom is kerkrechtelijk een zelfstandige eenheid, maar het heeft nauwelijks een eigen bestuur. Het belangrijkste bestuurlijke orgaan is de vergadering van de Haarlemse Geestelijkheid, die gewoonlijk vier keer per jaar wordt gehouden. Daar overlegt de bisschop met de geestelijken (pastoors en emeriti) over alle lopende zaken en er worden ideeën uitgewisseld of initiatieven gelanceerd over de toekomst van de kerk. De deken van Haarlem, dat is de gekozen vertegenwoordiger van de Haarlemse geestelijken in het landelijke Collegiaal Bestuur, rapporteert vanuit dat landelijke bestuur aan de Haarlemse collega’s en neemt hun ideeën en suggesties weer naar het landeijke bestuur mee terug om ze af te stemmen op wat de collega’s in het Utrechtse bisdom aan plannen ontwikkelen en uitvoeren.

Om het al te clericale karakter van dit overleg binnen de Haarlemse Geestelijkheid te verbreden naar meer mensen in het bisdom, wordt sinds 2009 de Haarlemse bisdomsdag georganiseerd. Aanvankelijk was dit een bijeenkomst waarop ook leden van de kerkbesturen en de leken-vertegenwoordigers van de parochies naar de landelijke Synode werden uitgenodigd, maar gaandeweg werd voor de bisdomsdag iedereen uitgenodigd die er plezier in had om mede-gelovigen of geïnteresseerden buiten de eigen plaatselijke kring te ontmoeten. Naast deze algemene ontmoetingsdag is er ook al weer heel wat jaren een jaarlijkse jongerendag, georganiseerd door de jongerenpastor.

Liturgie van het bisdom

Wat betreft liturgische vieringen manifesteert het bisdom zich door het jaar bij de viering van de vespers van Epifanie met aansluitend de nieuwjaarsontmoeting en bij de wijding van de heilige oliën, gewoonlijk op maandagavond in de Goede Week. Bij die laatste gelegenheid krijgt de vierende kerk zoals de Oud-Katholieke Kerk zichzelf graag ziet, werkelijk gestalte: de bisschop gaat voor temidden van de kring van priesters en andere gelovigen. Dat dat juist bij de wijding van de oliën gebeurt, benadrukt dat de bediening van de sacramenten geen zaak is van een individuele geestelijke of leek, maar een zaak van de kerk als geheel.

Het hoogtepunt in het leven van het bisdom is de verkiezing en wijding van een nieuwe bisschop. Waar de wijdingsdienst indrukwekkend is door de voor oud-katholieken ongebruikelijke grootschaligheid van de viering, door de ongebreidelde vreugde over de bereidheid van een kwestbare persoon om die mooi, maar zware last te gaan dragen, en door de bonte verscheidenheid aan oecumenische gasten, daar doet de dienst bij de verkiezing van een  bisschop dat minstens evenveel door de intensiteit van het gebed waarmee het bisdom om de bijstand van de heilige Geest vraagt.

Financiën

Het bisdom heeft geen eigen financiële administratie, maar combineert die sinds de tweede helft van de vorige eeuw met die van het bisdom Utrecht in de centrale administratie van de landelijke kerk. Er zijn in de beide bisdommen wel enkele fondsen blijven bestaan die uit hun soms bescheiden vermogen bijdragen aan de landelijke kerk of parochies leveren, of incidentele activiteiten of gebeurtenissen sponsoren. Zo werd met giften en legaten in 1742 de Haarlemse Bisschopskas (HBK) opgericht, bedoeld om het werk van de toen nieuw gekozen bisschop mogelijk te maken. Lange tijd vulde Kas via de bisschop de fianciële gaten aan in parochies die hun pastoor niet konden onderhouden, hetgen tegenwoordig via een bijdrage aan de landelijke kerk gebeurt. Het bestuur van de HBK bestaat naast de bisschop als voorzitter uit een secretaris, penningmeester en twee leden, die bij een vacature zelf voor de opvolging zorgen. Uit de nalatenschap van de 18de-eeuwse Amsterdamse pastoor Adelbertus Ahuijs werd het naar hem genoemde fonds (AAF) opgericht. Het AAF leverde een flinke bijdrage voor de pensioenvoorziening van de geestelijken en draagt nu bij aan de algemene middelen van de kerk. Het bestuur van AAF bestaat uit de penningmeester van de HBK en de thesaurier-generaal van de landelijke kerk. De beide fondsen hebben een ANBI-status, leggen op hun website een beknopte verantwoording van hun financiële beleid af en worden jaarlijks door een accountant gecontroleerd.
Zie: http://okfondsen-aaf-hbk.nl/index.php

Bisschop

Mijn werk als bisschop ligt voor mij in het verlengde van mijn ervaringen als pastoor. Ik heb nooit spijt van mijn beroepskeuze gehad, want ik had een heerlijke studietijd en kreeg een prachtig beroep, niet altijd makkelijk maar zeer veelzijdig. Het mooiste vond ik dat ik mensen soms jaren kon begeleiden op hun levensweg en nog altijd heb ik contact met mensen die ik doopte toen ze klein waren en die nu zelf hun kinderen laten dopen. Dat raakt aan de kern van mijn geloof: de rijkdom van leven die ik van God en van mijn medemensen heb ontvangen wil ik graag doorgeven aan wie na mij komen.

Als bisschop geef ik leiding aan de geestelijken en vrijwilligers in het bisdom die op hun manier dat geloof helpen doorgeven. Landelijk doe ik dat met aartsbisschop Bernd, met de andere leden van het Collegiaal Bestuur en met alle andere commissies, verenigingen en werkgroepen die onze kerk rijk is. In Europees verband onderhoud ik contacten met mijn collega-bisschoppen van de oud-katholieke kerken in de Unie van Utrecht en van de kerken waarmee we volledige gemeenschap hebben. En in de oecumene zet ik mij in voor goede banden met alle anderen die zich op welke manier dan ook christen noemen.

Een bisschop heeft ook de taak om het gezicht van de kerk naar buiten toe te zijn. Ik doe dat niet luidruchtig. ik realiseer me namelijk dat wat ik ergens van vind, niet per se samenvalt met wat anderen denken of vinden. Daarnaast ken ik nog de tijd waarin kerken wel hun macht konden doen gelden en dat pakte lang niet altijd goed uit, althans niet voor armen of zwakken in de samenleving. Tenslotte moeten we met onze 2.000 kerkleden (als ik goed tel) in het Haarlemse voorzichtig zijn om onszelf niet te overschreeuwen of op een brullende muis te lijken. Dat alles neemt echter niet weg dat we als kerk wel degelijk een boodschap voor de samenleving hebben. We staan in een traditie van tweeduizend jaar kritisch nadenken over Gods koninkrijk van recht en gerechtigheid dat haaks staat op de orde en tucht van onze huidige wereld. Die boodschap probeer ik ook als bisschop uit te dragen door het zelf in praktijk te brengen waar ik dat kan, en door de geestelijken en andere kerkleden in het bisdom en daarbuiten daartoe aan te moedigen.

+ Dirk Jan Schoon