Oefenruimte! Vastengroet 2026

Zoals elk jaar delen de bisschoppen aan het begin van de Veertigdagentijd een geestelijke boodschap met ons via een brief: het herderlijk schrijven. Dit jaar geven de bisschoppen in hun brief manieren om te oefenen met vertragen én te ontdekken hoe God ons leven ordent en draagt.

Zusters en broeders, 

De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen! 

1. Tijd van onrust, tijd van genade 

Vanaf Aswoensdag ontvangen we een oefenruimte die veertig dagen duurt, op weg naar Pasen. Als teken dat we deze tijd van genade bewust willen beginnen, ontvangen we as op ons hoofd. 

In die tijd van genade nemen we afstand van de onrust die op veel terreinen in ons leven merkbaar is. Er is grote spanning in de internationale verhoudingen, binnen samenlevingen, en daarmee soms ook in ons eigen dagelijks leven: de onrust in ons hoofd, de gesprekken die verharden, de zorgen die blijven hangen, soms het ongemakkelijke zwijgen in onze huiskamers. Deze onrust dragen we met ons mee wanneer we deze tijd van genade binnengaan. 

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving waarschuwde enkele maanden geleden in een alarmerend rapport dat prestatiedruk en doorgeschoten individualisme de mentale gezondheid van jong en oud in ons land bedreigen. Een cultuurverandering zou nodig zijn om voorbij de hypernerveuze samenleving te komen. Een cultuur waarin het tempo vertraagt en verbinding met elkaar weer meer centraal staat. Waar kunnen we beginnen om die verbinding opnieuw te vinden? 

Een begin kan gemaakt worden door allereerst zelf stil te worden. Dat klinkt gemakkelijk, maar ironisch genoeg kan het ons moeite kosten om rust in de agenda te plannen – dat vergt een activiteit op zich! Vinden we dan misschien rust door ‘er even lekker tussenuit te gaan’? Als deze westerse vakantieslogan onze vastentijd zou weergeven, zou het ons misschien therapeutisch wat rust kunnen geven. Maar doet het recht aan het eigene van die tijd van genade, aan datgene waarnaar we werkelijk op zoek zijn? 

Rust vind je in de traditie van de kerk niet door even de boel de boel te laten, maar in een leven dat zich laat herordenen. Een leven dat, bijbels gesproken, waarachtig is, of modern gezegd: authentiek, als je een mens uit één stuk bent, als wie je zegt te zijn klopt met wat je zegt, wat je doet, en wat je van binnen beweegt. Om dat te oefenen wordt ons de Veertigdagentijd aangereikt.  

2. De weg naar binnen – aandacht en gebed 

De Veertigdagentijd begint met een beweging naar binnen. Jezus nodigt zijn leerlingen uit om te bidden, te vasten en te delen. Zonder vertoon, in het verborgene, waar alleen God ziet. Vanuit die verborgen omgang met God zoeken we ruimte voor ons dagelijkse leven.  

De weg naar binnen is als een boswandeling waarbij je langzaamaan open gaat voor wat je omringt: het licht tussen de bomen, het ritme van je adem, de geuren en kleuren van het leven om je heen, het gevoel en geluid van je eigen voetstappen. Je ervaart grond onder je voeten en ruimte om je heen. En ja, soms struikel je over wat je hebt genegeerd, over pijn of schuld die hardnekkig blijft. Daarom is er die bestrooiing met as, een schuldbelijdenis aan het begin van een viering, en ook, als de last zwaarder weegt, het sacrament van de verzoening. 

De weg naar binnen geeft je ruimte om te luisteren. Luisteren naar jezelf – naar wat in je leeft aan verlangen, onrust, dankbaarheid of pijn. Luisteren naar wat vaak ongehoord blijft, overstemd door drukte en routine. En luisteren naar God, wiens stem niet samenvalt met onze plannen en voorkeuren, God die in het verborgene is, in de stilte die we moeten aandurven. Dat luisteren is geen ontsnappen aan het leven, maar een ruimte om er niet door opgeslokt te worden. 

In de Bijbel is zo’n vertraging nooit stilstand. De woestijn is de plaats waar je opnieuw leert vertrouwen. De sabbat is geen onderbreking van het werk om daarna als loonslaaf weer verder te ploeteren, maar geheiligde tijd waarin God zelf en alles wat Hij heeft geschapen vrijuit ademhaalt, tot rust en voltooiing komt. Jezus zoekt steeds weer de stilte op, niet om aan de wereld te ontsnappen, maar om zich te binnen te brengen hoe Hij zijn weg ten einde toe getrouw kan vervolgen. 

3. De weg naar buiten – solidariteit en nabijheid 

De weg naar binnen leidt altijd naar het volle leven. Wat ons in de stilte van ons gebed raakt, verdraagt geen onverschilligheid en verdrijft elke vrijblijvendheid. Wie werkelijk leert luisteren, gaat ook anders kijken. Vertraging scherpt het zicht. Ze opent onze ogen voor de ander die naast ons staat, voor wie kwetsbaar is, voor wie of wat over het hoofd wordt gezien. 

De vastentijd maakt ons minder vol van onszelf. Minder gevuld met haast, met eigen plannen en zekerheden. Juist daardoor worden we beschikbaar om te delen wat we hebben, hetzij aan tijd, aandacht, zorg en middelen. Om verbinding te zoeken met mensen voor wie het leven zwaar is. 

Solidariteit begint waar je je laat raken door de ander, je naaste. Dat is nooit vanzelfsprekend, want het is verleidelijk om weg te kijken. Maar in het besef van je eigen kwetsbaarheid kun je je naaste ervaren als je gelijke. Je hoeft dan niet weg te duiken voor verschillen, voor onvermogen, voor kwetsbaarheid, omdat die ander is zoals jij zelf bent. Dat kan een ongemakkelijk gesprek betekenen, een confrontatie of een stille keuze voor wat juist is – altijd zijn het keuzes die moed vergen en niet altijd worden beloond. 

Solidariteit die niet uit stilte geboren wordt, kan uitputtend activisme worden. Gebed dat niet opent naar de ander, blijft onvoltooid en onbeantwoord. Jezus herinnert zijn leerlingen eraan dat barmhartigheid zwaarder weegt dan offerande. De Veertigdagentijd nodigt ons uit om beide samen te oefenen: een geloof dat bidt met open handen, dat leeft met open ogen en schenkt aan de ander wat het zelf heeft ontvangen. Dat is de tijd van genade en welbehagen. 

4. De weg van Christus: het unieke van ‘samen’ 

Onze samenleving kenmerkt zich door de nadruk op het individu. Als er een probleem is, heb je dat aan jezelf te wijten en moet je het ook zelf maar fixen. In de tijd van de oefenruimte leren we een andere houding. De veertigdagentijd is geen individuele uitdaging voor elke gelovige, het is een weg waarop we gezamenlijk aansluiten. Vanuit de vierende gemeenschap zijn we persoonlijk en samen op weg, niet omdat we elkaar gekozen hebben, maar omdat Christus ons bijeenhoudt. 

Ook dat ‘samen’ is geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt geduld om verschillen te verdragen en verbonden te blijven, juist waar het schuurt. Maar precies daarin wordt zichtbaar wat kerk-zijn betekent: een gemeenschap die niet opgejaagd raakt, maar leeft vanuit vertrouwen — niet in eigen kracht, maar in Jezus Christus, de Heer, die ons samen roept. 

In het evangelie ontmoeten we de leerlingen van Jezus niet als perfecte gemeenschap. Rond Jezus staat een kring van leerlingen die elkaar niet altijd begrijpen. Vrouwen en mannen die falen, vragen stellen, weglopen en opnieuw worden aangesproken. Jezus kiest hen niet uit omdat zij sterk of zonder fouten zijn, maar omdat zij bereid zijn zich door Hem te laten vormen en leven vanuit de vergeving. Hij draagt hun onvermogen, vergeeft hun tekort en blijft hen roepen in zijn nabijheid.  

De enige grondslag van ons ‘samen’ is Christus zelf, het centrum van ons samen kerk-zijn. In Hem zien wij elkaar als broers en zussen, met al onze talenten en tekortkomingen. Hij nodigt ons niet uit om alles te beheersen of te volbrengen, maar om ons toe te vertrouwen aan de unieke en levende weg waarop Hij alles beheerst en volbrengt. 

In de navolging van Christus durven wij in deze tijd van genade te vertragen, om opnieuw te ontdekken hoe God ons leven ordent en draagt. Juist in het samen oefenen van stilte worden wij gevormd tot mensen die te midden van toenemende internationale spanningen hun plek vinden om aanwezig te zijn en de lofzang gaande te houden. De Veertigdagentijd helpt ons om, vanuit die verstilling, de weg van Christus te gaan, die ons voorgaat door de onrust van alle tijden heen naar de vreugde van Pasen. 

Utrecht en Haarlem,  
gegeven op Aswoensdag,  

18 februari 2026 

Barend Theodoor Wallet, aartsbisschop van Utrecht 
Dirk Jan Schoon, bisschop van Haarlem