Inspiratie voor goede gemeenschap: sprekende masterclass en symposium

Met een intensieve masterclass en een goed bezocht avondsymposium werd op 1 juni in Utrecht het thema ‘goede gemeenschap’ en de zoektocht ernaar verkend. De bijeenkomsten vonden plaats ter nagedachtenis aan prof. dr. Jan Visser die na een lang leven en lange theologische loopbaan in 2025 op bijna 94-jarige leeftijd overleed. In zijn werk was ‘gemeenschap’ een belangrijk thema, net zoals de vraag hoe je als gemeenschap dat wat je drijft, kunt doorgeven.

De insteek was daarom vooral ook om te kijken hoe je kunt voortbouwen op het werk van Visser, wat zijn benadering van theologie recht doet. Visser was in zijn loopbaan onder meer de eerste bijzonder hoogleraar vanwege het Oud-Katholiek Seminarie aan de Universiteit Utrecht, een rol waarin hij zich met name op systematische en oecumenische vragen toelegde. Ook was hij universitair hoofddocent pastorale psychologie aan de Universiteit Utrecht, een rol waarin hij belangrijke impulsen gaf op het gebied van pastoraat en geestelijke verzorging. Hiertussen was een verband, zoals Mattijs Ploeger in een terugblik op Vissers werk verwoorde:

Een terugkerend thema in het denken van Jan Visser was de verhouding tussen persoon en gemeenschap. Hij wilde het persoonlijke accent – de goede kant van de individualisering – ten volle serieus nemen, maar hij meende dat het floreren van een persoon pas mogelijk is als die persoon ook sociaal floreert. Die benadering verbindt psychologie en sociologie, maar ook ecclesiologie (een van de theologische kernvakken van Jan Visser): de theologische visie op wat de kerk ten diepste is.

Masterclass met Andreas Krebs

Het eerste deel van de bijeenkomst betrof een masterclass, gegeven door de Bonner hoogleraar Andreas Krebs. Krebs geeft in Bonn leiding aan het oud-katholieke instituut (“Seminar”) van de universiteit en is zelf hoogleraar oud-katholieke en oecumenische theologie. Hij stelde bijdrage van Jan Visser uit 1982 centraal die ingaat op de vraag wat (en waarvoor) bisschoppen nu eigenlijk zijn en die volgens Krebs een goed voorbeeld is van hoe Visser te werk ging. De tekst bleek de oecumenische groep deelnemers twee uur lang non-stop bezig te kunnen houden.

Dat zegt iets over de blijvende waarde van het werk van Visser: teksten die ook na bijna 45 jaar nog tot de verbeelding spreken, moeten een rijke inhoud hebben. Via het bisschopsambt kwamen de deelnemers ook het thema ‘gemeenschap’ op het spoor. Daarin is een bisschop immers ingebed en deze gaat een bisschop ook voor. De vraag is daarbij: op welke manier? Hoe belangrijk zijn dingen als een verbindende persoonlijkheid en theologische kennis? Op welke manier vindt een bisschop – en met de bisschop een kerk – de balans tussen behouden en vernieuwen? Wat betekent het dat een bisschop oecumenisch bruggen bouwt en tegelijkertijd de eigenheid van een kerk moet bewaren? Hoe zorg je ervoor dat dit een realistisch ambt blijft en iemand niet structureel overvraagt? Het gaf veel om over na te denken en de pedagogisch vakkundig opgezette masterclass liet de deelnemers met zowel nieuwe inzichten als nieuwe vragen verder gaan op hun theologische pad.

Levende gemeenschap – levende verhalen: avondsymposium

Op een locatie waar Jan Visser zelf aan menig theologisch gesprek deelnam, het centrum “In de Driehoek” naast de St. Gertrudiskathedraal, vond ’s avonds een symposium plaats dat zich eveneens op de thematiek van gemeenschap richtte. Drie sprekers gingen in op aspecten van

Vissers werk: Andreas Krebs belichtte hoe Visser hem inspireert voor zijn visie op de kerk, Anke Liefbroer ging in op de blijvende betekenis van Vissers pastoraal-psychologische werk, en Ruard Ganzevoort (die bij Visser studeerde en promoveerde en vervolgens samen met hem het pastoraal-theologische handboek Zorg voor het verhaal schreef) deelde herinneringen aan de samenwerking en aan de stijl van theologiseren die Visser kenmerkte en hem raakte. Liefbroer is bijzonder hoogleraar ‘Interconnectie Psychiatrie en Theologie’ aan de Tilburg School of Catholic Theology terwijl Ganzevoort hoogleraar op het gebied van religie en ontwikkelingssamenwerking is aan en tegelijkertijd rector van het International Institute of Social Studies.

Krebs benadrukte in zijn lezing onder meer hoe Visser hem, ook in persoonlijk gesprek, geholpen heeft om tot een sterk inhoudelijk gevulde visie op de kerk te komen waarbij een kernwoord ‘intersubjectiviteit’ is. Dit verwijst zowel naar de ontmoeting tussen verschillende ‘subjecten’ als ook naar een gemeenschap en een bestaan in een gemeenschap waarin die ontmoeting de eigen beperktheid steeds overstijgt en een perspectief opent op iets dat breder en groter is – en daarmee ook op God. Dit geldt voor de ontmoeting met mensen in het heden en met mensen in het verleden. Krebs beschouwt deze nadruk op intersubjectiviteit ook als iets kritisch: in een tijd waarin het onderhouden van relaties vaak geïnstrumentaliseerd wordt tot ‘netwerken’ en het eigen ik afgeschermd wordt, daagt deze nadruk op echte relaties uit tot openheid, kwetsbaarheid en het overstijgen van je eigen bubble.

In zijn biografisch en persoonlijk ingestoken bijdrage ging Ruard Ganzevoort zowel in op de weg die hij met Jan Visser – en met diens vrouw Annie Visser-Prins die hij terecht een belangrijke rol toedichtte in het geaard houden van de theologie van haar echtgenoot – gegaan is als ook op de impulsen die hij van Jan Visser ontvangen heeft. Een heel centraal element hiervan was dat Ganzevoort bij Visser ontdekte dat het bij allerlei theologische leerstukken uiteindelijk om iets existentieels gaat. Het kunnen begrijpen van verschillende manieren om God als Drievuldige te beschrijven is heel aardig maar het wordt pas echt spannend en relevant wanneer je gaat inzien dat je verstaan van de relatie tot God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ook iets met je kan doen. Onder ieder dogma, hoe abstract ook, zit uiteindelijk een existentiële laag. Deze manier van omgaan met de kerkelijke leer was kenmerkend voor Visser en gaf ook aanleiding om te bezien hoe juist theologische inzichten kunnen helpen om het verhaal van mens en samenleving beter – en ook heilzamer – te verstaan. Iets wat aanleiding gaf tot het al genoemde handboek Zorg voor het verhaal.

Zorg voor het verhaal, verschenen in 2007 was ook het uitgangspunt voor de lezing van Anke Liefbroer die aangaf dat het werk na bijna twintig jaar nog altijd veel gelezen en gebruikt wordt, ook wanneer het een voor een levensbeschouwelijk steeds diversere samenleving opvallend christelijk en kerkelijk karakter heeft. Hier zijn wel redenen voor aan te wijzen, volgens Liefbroer. Om mee te beginnen zijn de diverse rollen van de pastor of geestelijk verzorger die in het boek aan de orde komen ook in een levensbeschouwelijk diverse setting heel herkenbaar, want je kunt je op verschillende manieren opstellen vanuit zo’n functie. Meer als coach of meer als hulpverlener, bijvoorbeeld. Het andere element dat het boek blijvend relevant maakt, is de narratieve insteek ervan die ook uit de titel blijkt: het gaat om het ‘verhaal’ van de mens in relatie tot andere verhalen (over het leven, over de maatschappij, etc.). De metafoor van het ‘verhaal’ van een mens blijft aanspreken en geeft aanknopingspunten voor verdere methodes voor het pastorale gesprek waarbij de verkenning van het verhaal centraal staat. Liefbroer illustreerde beide punten met voorbeelden uit recent eigen onderzoek en gaf zo aan hoe het werk van Visser en Ganzevoort blijft inspireren.

Een bijdrage die wel was aangekondigd, maar geen werkelijkheid kon worden was die van de Zwitserse oud-katholieke theoloog Dr. Adrian Suter. Hij moest tot zijn spijt verstek laten gaan omdat de parochie waarvan hij pastoor is op het moment zijn volle aandacht vraagt.

Geheel in lijn met Jan Vissers nadruk op ontmoeting, gesprek, dialoog en gemeenschap sloot de bijeenkomst af met een receptie, waarbij het meer intellectuele doordenken op Vissers gedachtegoed zich vertaalde in de persoonlijke ontmoeting.

Peter-Ben Smit

PS Een deel de teksten die kenmerkend zijn voor het werk van Jan Visser is ook online beschikbaar via de Universiteitsbibliotheek Utrecht, met titels als ‘Staat de kerk haar eigen boodschap in de weg?’ en ‘De kandelaar van het licht: over het probleem van de kerkstructuren’, of ook een bijdrage in de bundel ‘Herbronning : 40 jaar bijzondere leerstoel “Oude Katholieke kerkstructuren’ – van harte aanbevolen!