De agenda van een bisschop

“Bent u er nog een beetje bij? Ik zie op mijn horloge dat ik te lang aan het woord ben geweest en sluit af met Augustinus.” Er gaat gegniffel door de Haarlemse Sint-Bavokerk waar bisschop Dick Schoon de preek verzorgt tijdens een oecumenische Pinksterviering. Hij zal vast de laatste zijn die zich zou willen meten met de heilige Kerkvader uit de vierde eeuw maar speelt graag met de interactieve preekstijl van zijn vermaarde collega-bisschop. “Voor u ben ik bisschop, met u ben ik christen”, zei Augustinus eens. Het zou de samenvatting kunnen zijn hoe Mgr. Dick Schoon achttien jaar invulling heeft willen geven aan het bisschopsambt. Eind juni begint zijn emeritaat.

Tekst: Jan-Willem Wits
Fotografie: Marjolein van Panhuys

Er is nog een overeenkomst tussen beide bisschoppen. Zij gaven leiding aan voor deze tijd relatief kleine bisdommen. In het geval van Augustinus de Noord-Afrikaanse stad Hippo en wat omliggende gebieden. In het bisdom Haarlem, dat de provincie Noord-Holland omvat en zo’n tweeduizend gelovigen telt, is dat vroegkerkelijke model altijd als een voordeel gezien: korte lijnen, een hechte band tussen de geestelijken en ruimte om als bisschop de parochies en priesters van het bisdom echt nabij te zijn. Dat neemt niet weg dat de agenda van Mgr. Schoon stevig gevuld is, zo merken we al snel bij de voorbereiding van deze reportage. De Oliedag van het bisdom met het jaarlijkse uitje van de Haarlemse geestelijken, een bijeenkomst in Bonn voor oud-katholieke kerkhistorici, vormselvieringen en een huwelijksdienst, representatieve verplichtingen zoals de nationale herdenking op 4 mei op de Dam, oecumenische activiteiten met onder meer een panel en een vergadering van de Raad van Kerken, een studiereis naar Frankrijk en het geven van colleges. En vooral veel, heel veel vergaderingen.

Reünie

“Wanneer we het over elk onderdeel in de liturgie eerst eens zouden moeten worden dan zijn we op de Dag des Oordeels net bij de schuldbelijdenis”, verzucht een van de deelnemers aan de jaarlijkse landelijke dag voor alle geestelijken. Er klinkt een bulderlach onder de ongeveer dertig aanwezigen. “Het is altijd een beetje een reünie”, aldus Dick Schoon in de wandelgangen. Hij is net als bij veel andere activiteiten voor de laatste keer deelnemer als bisschop in functie. Er heerst een gemoedelijke sfeer met oprechte belangstelling voor ieders inbreng. Daarin komt ook de diversiteit van de groep duidelijk naar voren, alleen al qua uiterlijk. Sommige geestelijken gaan gekleed in een klassiek priesterpak, anderen lopen op sokken rond en dragen een informele spijkerbroek. Of een combinatie van beide. Er komen huishoudelijke thema’s voorbij maar er is ook ruimte voor meer inhoudelijke gesprekken, zoals rondom veiligheid en discriminatie. En soms nemen gesprekken over onderwerpen een licht chaotische wending. Bisschop Dick ziet het allemaal met een geamuseerde glimlach aan en geeft af en toe een knipoog naar de verslaggever als het even spannend lijkt te worden. Alles komt altijd weer goed.

Wijdingsambt

In de katholieke traditie geldt de bisschop als ‘de eerste liturg’ van het bisdom. Dat hangt samen met wat enigszins plechtig ‘de volheid van het wijdingsambt’ heet. De Kerk kent drie wijdingen – bisschop, priester en diaken – die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Iemand die door andere bisschoppen tot bisschop wordt gewijd, is als het ware een nieuwe schakel in de apostolische lijn die teruggaat tot Petrus en de andere apostelen. Zij of hij krijgt daarmee de bevoegdheid om ‘te onderrichten, te heiligen en te besturen’. Het wijden van priesters en diakens en het toedienen van het sacrament van het vormsel zijn daarbij in principe voorbehouden aan een bisschop. Om te voorkomen dat een bisschop zich als een al dan niet verlicht despoot gaat gedragen, is in de oud-katholieke traditie het bisschopsambt altijd verankerd in de bredere geloofsgemeenschap: de geestelijken en de ‘leken’ van een bisdom kiezen de bisschop en ook in het bestuur krijgt de stem van beide groepen een plek.

Nieuwkomers

Het voorgaan in vormselvieringen heeft in het voorjaar altijd een prominente plek in de bisschoppelijke agenda. Het vormsel wordt vaak verbonden aan kinderen rond de middelbareschooltijd, meestal iets jonger dan de leeftijd waarop in protestantse kerken belijdenis wordt gedaan. De laatste jaren neemt de belangstelling van jongvolwassenen voor de Oud-Katholieke Kerk toe. Een nieuwkomer die al gedoopt is maar nog niet het vormsel heeft ontvangen, krijgt dit sacrament dan ‘toegediend’ als teken van de opname in de oud-katholieke gemeenschap. Voor iemand die al in een andere kerk gevormd is, wordt de ‘toetreding’ tijdens een dienst gevierd. Dat gebeurde op zondag 7 juni in de parochie van Amsterdam, waar zes jongvolwassenen door de bisschop werden verwelkomd. Vijf nieuwkomers ontvingen daarbij het sacrament van het Vormsel.

Sacramentsdag

De vormselviering vond plaats op Sacramentsdag, die door paus Urbanus IV in de 13de eeuw op de kerkelijke kalender werd gezet als aanvulling op Witte Donderdag waarop de Kerk de instelling van de eucharistie viert, legt de bisschop uit. De Goede Week is lastig te rijmen met een uitbundig feest, vond Urbanus, dus daarom kwam er een extra dag. “Je moet bedenken dat het er dus in de Middeleeuwen op Sacramentsdag wel uitbundig aan toeging, zoals in meer zuidelijke katholieke landen nog altijd het geval is: compleet met processies met de monstrans onder een baldakijn, u kent dat vast wel”, aldus Mgr. Schoon die als kerkhistoricus altijd graag wat kleurrijke context schetst.

Nuchter

Hij vervolgt op zijn Schoons: “De al te opzichtige uitbundigheid die paus Urbanus voor ogen stond, is misschien voor nuchtere Noord-Hollanders sowieso al wat veel, maar de kern is overgebleven: in het sacrament van de eucharistie beleven we onze gemeenschap met Christus.” De bisschop verwees ook naar het voorbereidende

gesprek met de vormelingen. “Ze hebben allemaal de ervaring dat ze hier in de gemeenschap van de kerk iets ervaren dat groter is dan zijzelf, iets dat hun leven opneemt in een groter geheel en daardoor dat leven draagt, zin en richting geeft (…) Het is die paradox van het lid zijn van de kerk: je denkt dat je door je over te geven aan God wat van je onafhankelijkheid inlevert, maar je ervaart dat je datgene wat je geeft dubbel en dwars terugkrijgt. Als je de sprong waagt en je aan God durft toe te vertrouwen, zul je merken dat je rijker wordt dan je ooit had kunnen denken.”

Oecumene

Alhoewel de Oud-Katholieke Kerk de deur graag openzet voor nieuwe leden, zal je de Haarlemse bisschop geen folders zien uitdelen bij andere kerken. Ook omwille van de oecumenische verhoudingen. Oud-katholieken hebben altijd een belangrijke rol gespeeld als bruggenbouwers en verbinders in de oecumenische dialoog. Datzelfde geldt voor bisschop Schoon die onder meer lid is van het moderamen (dagelijks bestuur, red.) van de Raad van Kerken. Hij onderhield namens de gezamenlijke oud-katholieke kerken de contacten met de Anglican Communion en was nauw betrokken bij de totstandkoming van de kerkelijke gemeenschap met de Kerk van Zweden. Ook in het Vaticaan weet hij de weg naar de contactpersoon voor de dialoog met de oud-katholieken.

Pepermuntjes

Onder de overwegend protestantse toehoorders tijdens de oecumenische Pinksterdienst in de Oude Bavo in Haarlem gaan de pepermuntjes vrolijk rond als Mgr. Schoon met zijn preek begint. Met de aanwezigheid van een bisschop lijkt de kathedrale geschiedenis van de Bavo (die overigens in 1578 uitgerekend op Sacramentsdag door boze calvinisten werd bestormd, geplunderd en vernield) weer even te herleven. Al zou dan de bisschop ook voorgaan in het vieren van de eucharistie, hetgeen nu gebeurt door een predikant van de PKN. Dat de oecumene soms even slikken is, blijkt als de bisschop in de consistoriekamer een schaaltje ontdekt met overgebleven kruimels van de matses die tijdens de dienst zijn gebruikt. Snel gaat hij op zoek naar een plastic zakje om deze heilige resten te redden van een bestemming als vogelvoer of prullenbak.

Afscheid

Het belet de bisschop niet om na afloop van de dienst nog even gemoedelijk te blijven hangen voor een kopje koffie, natuurlijk in het gezelschap van zijn vrouw Lidwien. Ook een praatje met de burgemeester van Haarlem hoort bij het episcopale takenpakket. “Ik kom met mijn vrouw naar je afscheid. Ik zag het al in mijn agenda staan”, zegt de burgervader. Hoe zou dat destijds in Hippo zijn gegaan? Toen Augustinus voelde dat zijn einde naderde, droeg hij zijn leerling Heraclius voor die door de lokale geloofsgemeenschap werd geaccepteerd. “Zie je nou, daar kwam geen andere bisschop of paus aan te pas”, hoor ik Mgr. Dick Schoon al zeggen. Al zal hij zich anders dan zijn collega van Hippo niet mengen in de keuze van de nieuwe bisschop van Haarlem. Het is mooi geweest.