Jongeren en hun zoektocht naar ‘houvast’

Er wordt momenteel veel geschreven over jongeren en religie. Er verschijnen onderzoeken, opiniestukken en analyses over een mogelijke religieuze opleving onder Generatie Z. Online is er veel te lezen over een stille opwekking’ of zelfs de grote zevende opwekking’ die zich zou voltrekken. Sommigen spreken van een trend, anderen van een tijdelijke beweging. Weer anderen voelen toch vooral de leegloop van kerken, die onverminderd doorzet. De vraag klinkt geregeld: moeten we blij zijn met deze geloofsopleving of er juist kritisch op zijn?

Thelma Schoon studeerde Theologie in Groningen en volgde daarna de opleiding aan het Oud-Katholiek Seminarie in Utrecht. In 2023 werd ze tot diaken gewijd in de Oud-Katholieke kerk, waarin ze de afgelopen jaren ook werkte als jongerenpastor. Vanaf maart is ze verbonden aan de oud-katholieke parochie van de H.H. Petrus en Paulus genaamd ‘Het Paradijs ’in Rotterdam en van de H. Johannes de Doper, Maria Magdalena en Laurentius in Schiedam. In mei werd ze in de Paradijskerk als priester gewijd. 

Wie met (of over) jongeren spreekt, hoort of noemt daarbij geregeld hetzelfde woord: ‘houvast’. Jongeren zoeken houvast in een roerige wereld. Dat is niet zo vreemd. Veel jongeren groeien op in een tijd waarin onzekerheid bijna een constante geworden is. Er is oorlog op ons continent, de woningmarkt staat onder druk, kunstmatige intelligentie roept vragen op over de toekomst van werk en identiteit en door social media is er een totaal nieuwe manier van informatievoorziening ontstaan en staat het leven voortdurend in de etalage. 

Tijdens een retraite waar ik onlangs aan deelnam bespraken mensen uit verschillende kerken en christelijke organisaties  over dit onderwerp. Het viel me op hoe vaak gevoelens van‘(on)veiligheid’ werden genoemd. Daarbij gaat het niet zo zeer over fysieke onveiligheid, maar over existentiële onzekerheid bij jongeren: de vraag of de wereld waarop je je toekomst bouwt morgen nog hetzelfde zal zijn. 

Onderzoek bevestigt dat beeld. Nederlandse jongeren maken zich grote zorgen over veiligheid, over dreigingen in de wereld en over hun eigen toekomst. In onderwijs en samenleving klinkt daarom steeds vaker de oproep om jongeren weerbaarder en veerkrachtiger te maken. En het leek ook de conclusie van de retraite: biedt als kerken de jongeren veiligheid.

We lijken collectief op zoek naar stabiliteit. Naar een kader of een centrum. Naar een punt dat niet voortdurend verschuift.

Misschien verklaart dat mede waarom religie opnieuw de aandacht krijgt. Het geloof biedt immers rituelen, verhalen, tradities en gemeenschappen die groter zijn dan het individu. Dat geeft betekenis en rust. Niet-gelovige jongeren waarderen dat: ‘’Ik vind het mooi dat het geloof voor hem of haar zo’n houvast geeft.’’, hoor ik geregeld. Het christendom kan voelen als een anker in een onrustige tijd of wereld. 

Veel jongeren zoeken dan ook naar bepaalde leefregels die richting kunnen geven in het alledaagse leven en naar voorbeelden; mensen met gezag die hen de weg wijzen of hen kunnen vertellen hoe het zit.

Een docent van een christelijke opleiding omschreef dit onlangs met een metafoor: “Waar wij vroeger jongeren het gereedschap gaven om zelf een kastje mee te bouwen, hebben jongeren nu een hele andere behoefte. Ze kunnen niet zomaar iets met dat gereedschap, maar verlangen naar een IKEA-achtige handleiding, met duidelijke stappen naar het eindresultaat.’’

Dat is gechargeerd, maar de roep om duidelijkheid klinkt wel degelijk, ook in de kerk:

‘Wat vindt de kerk van dit onderwerp?’ ‘Wat is het christelijke of oud-katholieke standpunt over een bepaalde kwestie?’ ‘Kunnen voorgangers zich niet wat nadrukkelijker uitspreken?’ Niet voor niets is ethiek één van de aspecten van het geloof waar jongeren de meest concrete geloofsvragen over hebben. Rooms-katholiek pastoor Bart Paepen (die online veel-geziene uitlegvideo’s maakt voor jongeren) vertelt: “Zo vragen jongeren aan de pastoor: ‘Mag je als christen roken?’ Ze willen graag horen: zeg nu eens duidelijk waar het op aankomt om goed te leven. Dat verbaast hem: “In mijn jeugd was dat helemaal andersom’’.

De afgelopen jaren zie ik onder jongeren een groeiende behoefte aan gezagvolle voorbeelden. Jongeren willen weten hoe zij zich moeten verhouden tot ethische vragen en wat dé christelijke leer voorschrijft. Men moet daarbij niet onderschatten hoeveel stappen een jongere vaak al heeft gezet voordat deze voor de eerste keer een kerk binnenstapt. Online video’s zijn daarvoor een grote bron van informatie. De manier waarop een jongere leert over het geloof en de voorbeelden waarnaar jongeren kijken, lopen allang niet meer via de lijnen van de kerk. Invloedrijke stemmen op TikTok, YouTube of Instagram hebben soms meer gezag dan een geestelijke, docent of gemeenschap.

Enerzijds mogen we dankbaar zijn voor deze openheid en leergierigheid, aan de andere kant mogen er best vraagtekens gezet worden bij de behoefte aan ‘houvast’. 
In het evangelie is er meestal geen uitgewerkt stappenplan en houden mensen zich nogal eens aan de verkeerde dingen vast. 

Als men doorheeft dat de verrezen Heer in hun midden is, is Hij alweer verdwenen of zegt Hij: Houd mij niet vast. Mensen worden wel steeds opnieuw uitgenodigd om op weg te gaan, zonder precies te weten waar die weg zal eindigen. Ze leren niet alleen maar wát ze moeten (na)volgen, maar wié ze moeten volgen. 

Kunstenaar Steve McQueen omschrijft hoe je – wanneer je naar een kunstwerk kijkt – je niet moet vast willen houden aan kaders: een kader biedt troost, en is ook een vorm vanbeperking. Als er geen kader is, is er een gevoel van kwetsbaarheid. Het kader van een schilderij geeft geen houvast. Het gaat om wat er buiten het kader is in plaats van binnen het kader. Het kunstwerk is een trigger, een startpunt voor een wereld voorbij het kader. Naar vragen, ervaringen en mogelijkheden die groter zijn dat wat je kunt vastleggen. Het gaat om jou, ons, om wie we zijn.

Rituelen, tradities en leerstellingen bieden een kader, maar zijn vooral ook een startpunt. Ze geven richting en taal, maar verwijzen uiteindelijk naar iets dat groter is dan zijzelf. Naar God, die zich nooit laat vatten in onze systemen of zekerheden. 

Dat jongeren in deze tijd en wereld op zoek zijn naar houvast is niet vreemd, maar vinden we die houvast niet vooral door los te laten? Zoals Petrus die zich niet vastklampte aan de boot, maar eruit stapte om over het water – zonder enige garantie – naar Jezus toe te lopen en uiteindelijk door hem te worden vastgegrepen. 

Jongeren zoeken een medicijn tegen de ziekte van hun tijd. Tegen angst, onzekerheid en vervreemding. Maar misschien kan de kerk niet in eerste plaats als een fort fungeren dat bescherming biedt tegen alle onzekerheden, maar als open plek waar we weten dat we in de onveiligheid en kwetsbaarheid niet geheel op onszelf aangewezen zijn.

De kracht van de kerk ligt misschien niet in het wegnemen van alle onzekerheid, maar in het gezamenlijk ermee leren leven. In de woorden van pastoor Bart: “Binnen de katholieke kerk is geloof niet bedoeld als het afvinken van regels. Het gaat erom dat je groeit als mens’’. Dat groeien doen we in de kerk samen en kan niet zomaar van boven worden opgelegd.

In een opiniestuk in Trouw schreef theoloog Birgit Jaarsma dat wat mensen missen niet alleen betekenis is, maar de gemeenschap waarin betekenis kan ontstaan. “Deze tijd vraagt om het herstel van plekken waar mensen weer kunnen oefenen in samenleven.’’

Het is een uitdaging om jongeren niet slechts van antwoorden te voorzien (juist omdat de behoefte daar wél ligt), maar hun vragen samen met hen te dragen, bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan over hoe het geloof ons zelf helpt om keuzes te maken, en misschien nog het meest door het gezamenlijk leven (vieren, eten, bidden, zoeken).

Wanneer jongeren verlangen naar houvast, hoeft de kerk hen niet direct een sluitend antwoord, statement van een kerkleider of een perfect geloofs-bouwpakket aan te reiken. Het mag een uitnodiging voor ons allemaal zijn om niet slechts op zoek te zijn naar zekerheid of houvast, maar om hand in hand los te laten.