“Er schuilt in mij een oud pastoortje”  

Na haar verkiezing op 29 augustus door het Kiescollege van het bisdom Haarlem zal Erna Peijnenburg (1967) op zaterdag 10 oktober tot de 19de bisschop van Haarlem worden gewijd. Veel tijd om daarover na te denken, heeft ze niet want met haar verkiezing kreeg bisschop-elect Erna meteen de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid voor het bisdom naast haar werk als pastoor van Alkmaar en Enkhuizen. Vergaderingen, overdrachtsgesprekken met emeritus-bisschop Dick, kennismaken met aartsbisschop Bernd en het Bisschoppelijk Bureau, interviews, een aanhoudende mailstroom, de voorbereiding van de wijding en tussen de bedrijven door nog even ‘shoppen’ voor een mijter en andere bisschoppelijke attributen. Het lijkt bijna alsof de feestelijke wijding op 10 oktober het eerste moment is dat ze sinds haar verkiezing even naar adem kan happen. “Ik kijk er enorm naar uit al word ik ook wat verlegen van wat er allemaal voor georganiseerd moet worden”, aldus de bisschop-elect.  

“Ik ben opgegroeid in het Noord-Hollandse Noord-Scharwoude, een dorp ten noorden van Alkmaar, als oudste dochter samen met mijn ouders en twee jongere broers. Mijn ouders werkten beiden op een basisschool in Langedijk. Daar is de vonk ook overgesprongen. Geloof en kerk namen een prominente plek in bij ons thuis; mijn vader was onder meer dirigent van het parochiekoor en mijn moeder was leken-voorganger, destijds iets nieuws in het rooms-katholieke bisdom. Ik was zelf een van de eerste vrouwelijke misdienaars en ging bij het kinderkoor. Later is mijn moeder districtscatecheet geworden, waarbij ze docenten ondersteunde die godsdienstles gaven. Het geloof waarmee ik ben opgegroeid, werd gedragen door de katholieke vernieuwingsbeweging van de jaren zeventig en tachtig waaruit onder meer de Acht Mei Beweging is voortgekomen. Daarom werd geloven bij mijn ouders ook altijd verbonden met maatschappelijke betrokkenheid. Kerk en wereld staan niet tegenover elkaar maar houden elkaar vast.” 

Gordijnen 

“Na de middelbare school heb ik lang getwijfeld tussen een creatieve opleiding en theologie. Dat laatste was niet ingegeven door overdreven vroomheid. Integendeel, in mijn pubertijd heb ik voortdurend vraagtekens achter mijn geloof gezet. Het waren vooral de mensen van de kerk die bij ons thuis kwamen die ik heel aantrekkelijk vond, in hun idealen en bevlogenheid. Pas tijdens mijn studie kreeg geloven veel meer verdieping en verankering. Ik was ook nog maar 18 jaar oud toen ik voor het eerst de monumentale trap opliep van de Katholieke Theologische Hogeschool Amsterdam aan de Keizersgracht. Wat wist ik nou helemaal?! Ik heb vier jaar lang echt alle colleges bezocht en alles als een spons opgenomen. Daarnaast volgde ik ademloos de soms felle discussies onder mijn zeer verschillende medestudenten, die varieerden van uitgesproken feministen tot oerconservatieve priesterstudenten. Eén van de priesterstudenten vroeg mij eens: ‘Waarom studeer je als vrouw eigenlijk theologie?’. Dat was toen al een goede manier om mij in de gordijnen te jagen.”  

Ongemakkelijk jong 

“Tijdens mijn studie leerde ik mijn latere man Henk kennen. We zijn allebei in parochies gaan werken, wel steeds op verschillende plekken, dus wij zijn net als mijn ouders collega’s en vakgenoten. Ik wist al wel vrij zeker dat ik niet het onderwijs in wilde dus daarin ben ik mijn ouders niet achternagegaan. Ik was 23 toen ik stage ging lopen in een parochie en dat was natuurlijk ook nog ongemakkelijk jong. Het heeft mij een half jaar gekost voordat ik een beetje grip kreeg op mijn rol. Alhoewel ik daarna alleen maar positieve reacties kreeg, was het voor mij wel helder dat ik mijn afstuderen nog maar even moest uitstellen. Daarom ben ik tot mijn 27ste overal colleges gaan volgen, van bevrijdingstheologie in Tilburg en Nijmegen tot feministische theologie in Utrecht. Ik heb nog even overwogen om de academische route te doen, die ik al bijna had afgerond, maar heb uiteindelijk toch gekozen voor de pastorale variant.”  

Klein beginnen 

“Na mijn afstuderen, besloot ik met een bevriende vrouw en medetheoloog samen te solliciteren op een vacature voor een pastor in een parochie. Daar vond men een setje van twee vrouwen wel iets veel van het goede, zeker omdat we daar een mannelijke priester zouden opvolgen. In de kathedrale Bavo-parochie in Haarlem was het raak. ‘Laten we vooral klein beginnen’, grapten we onder elkaar. Ik heb daar veertien jaar gewerkt en het is daarmee de enige rooms-katholieke parochie op mijn CV. Ik heb mij vooral met jongeren beziggehouden. Met als hoogtepunt de coördinatie van de jaarlijkse Bavo-dag voor vormelingen van het bisdom. Daar kwamen soms wel 1.500 jongeren af, mede vanwege spektakelstukken zoals ME’ers die  in de koepel van de  kathedraal abseilden.” 

Pastor  

“In die periode begon het bisdom pastoraal werkers (theologisch geschoolden leken, red.) steeds meer weg te duwen van het altaar. Net als in andere bisdommen vonden ze dat het onderscheid tussen priesters en pastoraal werk(st)ers steeds vager was geworden, onder meer omdat zij beiden vaak de titel pastor droegen en pastoraal werkers ook een eigen liturgische rol hadden door bijvoorbeeld te preken in een eucharistieviering of voor te gaan in woord- en communiediensten. Er kwam een nieuwe bisschop die daar, om te beginnen in ‘zijn’ kathedraal, een einde aan maakte. Ik zag ook dat er steeds minder vacatures voor pastoraal werkers kwamen. Welke toekomst heb ik nog binnen deze kerk, begon ik mij steeds meer af te vragen, worden wij als pastoraal werkers langzaam maar zeker naar buiten gewerkt? Bovendien heeft het parochiepastoraat mij altijd zo aangetrokken vanwege het ‘totaalpakket’, waarbij liturgie, pastoraat en andere dimensies van kerk-zijn met elkaar samenhangen. Dat kan je niet zomaar losknippen. Er knapte iets in mij. Ik zat tegen een burn out aan.”  

Open mond 

“‘Er schuilt in mij een oud pastoortje’, zei ik weleens. Die wat romantische maar ook existentiële priesterroeping was binnen de rooms-katholieke kerk taboe. Onbewust heb ik de deur altijd dicht gehouden voor andere kerken waar vrouwen wél een gelijkwaardige positie als priester of predikant hadden. Het was nooit echt tot mij doorgedrongen dat dat voor mijzelf ook een optie zou kunnen zijn. Dat veranderde. Ik ben daarom op zoek gegaan naar een vrouwelijke priester en kwam zo terecht bij Martina Liebler, die destijds pastoor was in de oud-katholieke parochie van Krommenie. Ik ben naar een eucharistieviering gegaan waarin zij voorging. Ik heb tijdens de hele dienst met open mond toegekeken. Fascinerend. Uiteindelijk heeft Martina mij geadviseerd om eens te gaan praten met bisschop Dick Schoon.”  

Plan-B 

“Vanaf het moment dat hij de deur opendeed, werd ik na al mijn ervaringen met Roomse bisschoppen volledig overvallen door de ervaring hoe je ook bisschop kon zijn. Dat begon al met zijn beginvraag: ‘Vertel eens over het verhaal van je roeping.’ Ik was overdonderd, ontroerd en verkocht. Dit was een kerk waarin ik hardop over mijn roeping mocht praten; niet als een feministisch fabeltje maar als een geschenk van Godswege. Kort daarna heb ik mij aangemeld voor het Oud-Katholiek Seminarie. Dat was wel even schrikken want de rector benadrukte dat het volgen van de priesteropleiding niet automatisch betekende dat er een werkplek in een parochie beschikbaar was. Het categoriaal pastoraat heeft mij nooit getrokken dus zonder zekerheid over een functie als pastor in een parochie leek het even of ik alle schepen achter mij verbrand had. Er was geen plan-B.”  

Wonder 

“Gedurende twee jaar heb ik een dubbelleven gehad. Ik werkte nog in de Bavo maar volgde daarnaast colleges op het seminarie. De pastoor van de Bavo wist ervan. De bisschop niet. Totdat hij het toch ontdekte en ik werd ontboden. Met pijn in mijn buik heb ik besloten open kaart te spelen. Het was al snel duidelijk dat dit het einde van mijn werk voor de rooms-katholieke kerk betekende. Gelukkig kon ik terecht als pastoraal werker in de oud-katholieke parochie van Alkmaar, op weg naar mijn diaken- en priesterwijding. Ik heb dit altijd als een wonder ervaren, een teken van God dat ik de juiste weg had gekozen.”  

Stemmetje 

“In 2013 volgde mijn priesterwijding. Dat was een extreem heftige periode. Ik had afscheid genomen van een kerk waar ik mijn hele leven bij had gehoord. Dat voelde alsof ik mijn geboorteplaats had gewijzigd. En ik moest inburgeren in een nieuwe kerk én een nieuwe rol. De eerste keren dat ik voorging in de eucharistie waren echt super spannend. Al mijn zelfvertrouwen viel weg. Ik was niet alleen bang om fouten te maken. Er klonk in het begin toch ook een stemmetje dat zei: ‘Maar je mág dit als vrouw helemaal niet doen.’ Dat gevoel heb ik rond mijn verkiezing en wijding als bisschop veel minder. Natuurlijk begrijp ik het dat journalisten vragen hoe het is om de eerste katholieke vrouwelijke bisschop in Nederland te zijn. Dat is ook een historisch moment waarmee onze kerk de laatste tijd veel positieve publiciteit heeft gekregen die er waarschijnlijk niet was gekomen bij de keuze voor een man. Ik benadruk wel steeds dat het voor mij niet meer dan logisch is dat er nu een vrouw aantreedt als bisschop en dat de nadruk op mijn vrouw-zijn nogal ongemakkelijk voelt. Ik ben bisschop Erna. Dat is het.”  

Schakel 

“In de eerste stemronde tijdens de verkiezingen kreeg ik al de meeste stemmen en was het voor iedereen duidelijk dat ik tot de grote kanshebbers behoorde. Toen in de tweede stemronde voor de tiende keer mijn naam viel, dacht ik meteen: ‘O jee, nu ben ik het’. Daarna kwamen de dankbaarheid en de blijdschap, ook vanwege de hartverwarmende reacties van anderen binnen en buiten onze kerk. Het voelde ook voor mij echt als een feest voor het bisdom dat er nu op een hele harmonieuze manier een nieuwe bisschop was gekozen, niet als een persoonlijke overwinning of zoiets. Ik besef heel goed dat ik de 19de schakel ben in een eeuwenoude geschiedenis en over enkele jaren het stokje weer overgeef aan iemand anders. Dat past bij mijn Noord-Hollandse DNA: met beide benen op de grond. Mijn leven staat sinds 29 augustus wel volledig op zijn kop, meer dan ik mij van tevoren had gerealiseerd. Opeens moest ik bijvoorbeeld gaan nadenken wie mij in Alkmaar en Enkhuizen gaat opvolgen, terwijl ik die ochtend nog gewoon begon als pastoor op die plekken.”  

Afstand 

“Na mijn verkiezing heb ik ook meteen een nieuwe rol ten opzichte van mijn collega’s van de Haarlemse geestelijkheid. Dat heeft iedereen bewust of onbewust gevoeld bij de eerste vergadering die we sinds de verkiezing hadden. Het was voor mij daarom ook een emotioneel moment. Niet omdat ik opeens een andere persoonlijkheid heb maar wel een andere verantwoordelijkheid. Dat zorgt ook voor een zekere afstand en eenzaamheid, had bisschop Dick mij al verteld. Daarnaast heb ik veel minder ruimte voor pastorale contacten. Voor iemand die steeds met hart en ziel in een parochie heeft gewerkt, is dat iets waar ik wel even over na heb moeten denken.”  

Wapenspreuk 

“Voor mijn wapenspreuk – ‘Steeds herschept Gij ons hart’ – heb ik mij laten inspireren door een tekst uit Ezechiël die vast onderdeel is van de liturgie van de Paaswake (Ezechiël 36, 24-28). “Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven”, zegt de HEER in die tekst. Dat zijn woorden van bemoediging, hoop en vertroosting voor mensen die vastlopen in het leven, geen uitweg meer zien, rouw, pijn en lijden ervaren. Het is Gods belofte dat op die donkere momenten God ons versteende hart vernieuwt en herschept. God is trouw aan Zijn liefde voor iedere mens en biedt altijd weer een nieuw perspectief. Ik heb dat zelf aan den lijve mogen ervaren. God zij dank.”