Miranda Roobol (54) is een bekende naam voor priesters en parochiebestuurders. Als algemeen secretaris van de Oud-Katholieke Kerk ondertekent zij inmiddels ruim elf jaar alle officiële stukken van het landelijke bestuur van de kerk. “Toch vermoed ik dat veel mensen niet echt weten wie er achter die naam zit”, zegt Miranda, “al is dat de laatste jaren wel sterk verbeterd omdat er veel meer rechtstreeks contact is met de parochies.” Miranda groeide op in een oud-katholiek nest en haar ouders vervulden verschillende bestuurlijke en organisatorische rollen. “Ik blijf graag wat op de achtergrond en hou mij vooral bezig met de meer zakelijke aspecten van onze kerkelijke organisatie. Deze baan past mij als een oude jas.”
Tekst: Jan-Willem Wits
Foto’s: Marjolein van Panhuys
“De Oud-Katholieke Kerk is altijd een vanzelfsprekend onderdeel van mijn leven geweest. De grootvader van mijn moeders kant was een Groen, een bekende naam in oud-katholiek Egmond. Ik kwam daar als kind regelmatig in de parochiekerk, waar destijds de mannen en vrouwen nog ieder aan een eigen kant zaten. We gingen als gezin op zondag naar de kerk en voor het eten werd er gebeden. Mijn vader had een niet-kerkelijke achtergrond maar is toen mijn ouders gingen trouwen oud-katholiek geworden. In Den Helder waren mijn ouders bevriend met de pastoor en zijn gezin. We kwamen regelmatig in de pastorie waar op zondagmiddag na de kerkdienst vaak gefrituurde kippenvleugeltjes op het menu stonden. Later werd ik misdienaar in Enkhuizen waar we na onze verhuizing naar Lelystad lid werden. Mijn eerste communie kwam onverwacht. De bevriende pastoor uit Den Helder overleed plotseling en tijdens zijn uitvaart deden mijn zus en ik spontaan onze eerste communie, zo was hij er voor ons gevoel toch bij.”
Vroom
“Mijn vader is in verschillende parochies penningmeester geweest, werd later lid van de Financiële Raad (de voorloper van de huidige CFM) en heeft na zijn vroege pensionering een aantal jaar meegeholpen met de financiële administratie op het landelijk bureau. Mijn moeder was jarenlang secretaris van het kerkbestuur en van het Presidium van de Synode. Daarnaast was ze organist in de parochie. Dat klinkt misschien allemaal wat vroom maar het is niet zo dat het aan de keukentafel altijd over de kerk ging. Integendeel. Daar werd vooral over politiek gepraat, zeker als mijn opa aanschoof die in Den Helder wethouder was voor de PvdA.”

Hoezo?!
“Net als mijn ouders ben ik altijd vooral geïnteresseerd geweest in de meer maatschappelijke kant van de kerk. Theologie is niet mijn ding. Als kind had ik wat moeite met het grote ontzag dat geestelijken soms genoten. Voor het vormsel had ik een gesprek met de toenmalige aartsbisschop Glazemaker en kreeg ik te horen dat ik hem met monseigneur moest aanspreken. ‘Hoezo?!’, mopperde ik. Vermoedelijk zullen de huidige bisschoppen meteen beamen dat ik gewoon zeg wat ik vind en niet meteen in de houding spring als er iemand met een paars overhemd voor mij staat. Dat lijkt mij ook typisch oud-katholiek.”
Thuis
“Vanaf mijn studententijd heb ik periodes gehad dat ik minder vaak in de kerk kwam en vooral meeging wanneer ik bij mijn ouders thuis was. Maar ik heb nooit de behoefte gehad om bij een andere kerk te gaan kijken. Oud-katholiek zijn zit gewoon in mijn dna. Toen ik ging trouwen en er kinderen kwamen, ben ik weer in de kerkbanken teruggekeerd. Ik kwam thuis op de plek die ik nooit had verlaten.”
Dramatische puberteit
“Op de basisschool was ik altijd het brave bolleboosje. Dat veranderde snel toen ik naar de middelbare ging… Ik kon makkelijk leren en dat was misschien wel mijn grootste handicap. Ik hoefde weinig te doen en mijn motivatie zakte tot onder het dieptepunt. Ik stroomde af van vwo naar de havo en er waren periodes dat ik alleen naar school ging om repetities te maken, waarvoor ik dan tot grote ergernis van de leraren wel een voldoende haalde. Huiswerk doen? Hoezo?! Ik spijbelde aan de lopende band en werd een meester in het vervalsen van de handtekening van mijn vader op de briefjes die mijn afwezigheid moesten verklaren. Ik was gewoon bezig met vriendinnen, jongens, stappen en werken. Ik heb daar geen spijt van; het hoorde bij het loskomen van mijn ouders en op eigen benen leren staan. Rond mijn 16de heb ik thuis een enorme ruzie gehad. Dat was eigenlijk de finale van mijn dramatische puberteit. We besloten samen een punt te zetten achter het verleden. Toen konden we verder.”

Hotelschool
“Na het havo-eindexamen was ik van plan gewoon te gaan werken. Kort voor de zomervakantie leek het me toch verstandig iets meer te kunnen doen dan de baantjes in de horeca die ik daarvoor had en besloot ik mij bij Schoevers aan te melden, destijds een prestigieuze opleiding voor secretaresses die uitzicht bood op grote baanzekerheid. Daar moest ik wel aan de bak en heb ik geleerd wat discipline is. Ik werkte enkele maanden als secretaresse maar besloot al snel om verder te studeren. Ik kwam op de Hotelschool in Leeuwarden terecht en heb daar een toptijd gehad. Ik woonde op kamers en was actief in de studentenvereniging, waar ik ook een jaar in het bestuur heb gezeten. Als secretaris, dus in zekere zin de voorloper van mijn huidige baan. Na een jaar in de hospitality ben ik bij ABN AMRO aangenomen als managementtrainee.”
Callcenter
“Na mijn traineeship begon ik op de afdeling facilitymanagement van het regiokantoor aan de Coolsingel in Rotterdam. Als ambitieuze jonge professional tussen mensen die zich veelal in een andere fase van hun loopbaan bevonden, liep ik al snel vast. Ik kwam overspannen thuis te zitten. In die periode overleed een van de beste vrienden van mijn man, kort nadat hij vader was geworden. Hij was nog maar 29, net iets ouder dan ik toen. Het deed me beseffen hoe belangrijk het is om in het leven te doen waar je gelukkig van wordt. Ik besloot de overstap te maken naar een andere afdeling binnen ABN AMRO en ging als leidinggevende aan het werk in het callcenter in Zwolle. Hier vond ik eenzelfde dynamiek als in de horeca: je wist van tevoren nooit hoe een dag zou gaan verlopen. Na elf jaar besloot ik te stoppen. In de hoop op een baan met een andere maatschappelijke relevantie stapte ik over naar een woningcorporatie. Ik vond er niet wat ik zocht en met nog kleine kinderen thuis besloot ik te gaan freelancen.“
Kwartjes
“Mijn vader werkte destijds een dag in de week mee op het landelijk bureau van de kerk in de financiële administratie, waardoor ik hoorde dat de toenmalige algemeen secretaris Emile Verhey met pensioen zou gaan. Opeens vielen alle kwartjes op hun plek. Het zou een baan zijn waar ik met mijn zakelijke ervaring en capaciteiten iets kon betekenen, het was een veelzijdige en zelfstandige rol wat helemaal bij mij paste en ik kon mij inzetten voor een maatschappelijk betekenisvolle organisatie die ik als kind al van binnen en van buiten had leren kennen. In het begin was ik nog wel wat naïef. Een kerkelijke organisatie heeft ook schaduwkanten en veel daarvan komen bij mij langs. Gaandeweg ben ik mijn geloof in de kerk als een quasi-heilig instituut wel wat kwijtgeraakt. Er is macht, er is ruzie, er worden fouten gemaakt. En soms gebeuren er dingen waardoor je op zondag met tranen in je ogen in de kerk zit, zoals in de tijd dat de kerk geconfronteerd werd met misbruik. Dat was ingrijpend maar mijn geloof in de kerk als levende en lerende gemeenschap van mensen die ook de moeilijke dingen samen aangaan, is overeind gebleven.”
Krimpende kerk
“Aan de buitenkant lijkt het alsof je als kerk in deze tijd vooral bezig bent om terugloop te managen. De krimp in de kerk vraagt soms om lastige keuzes maar vooral om een andere manier van werken dan we van vroeger gewend zijn. Daarnaast zijn er maatschappelijke ontwikkelingen en striktere regelgeving die je als kerk niet kunt negeren. Compliance is daardoor geen vreemd woord meer binnen de kerk en ook op andere terreinen hebben we de nodige professionaliseringsslagen gemaakt.”

Ontmoetingen
“De grootste verandering zie ik in de relatie tussen het landelijke bestuur en de parochies, de lokale geloofsgemeenschappen. In het verleden deden parochies vrijwel alles zelf en wilden daarbij liever niet al te veel bemoeienis van de landelijk kerk. Dat is nu vaak niet meer vol te houden. Doordat er minder vrijwilligers zijn, maar ook omdat dingen complexer zijn geworden. Daardoor is er meer samenwerking en contact met pastoors en kerkbesturen gekomen. Ik ben de laatste paar jaar veel bij hen langs geweest. Die ontmoetingen hebben mij geholpen de parochies beter te leren kennen en begrijpen en ik hoop dat dat wederzijds is. Samen met de collega’s van het bisschoppelijk bureau probeer ik door te luisteren, mee te denken en waar mogelijk te ondersteunen parochies te versterken zodat ze verder kunnen bouwen aan hun toekomst.”
Samen concreet maken
“We zullen het samen moeten doen – niet als abstract ideaal, maar heel concreet: samen kijken wat lokaal mogelijk is, wat nodig is en waar kansen liggen. Er gebeurt al heel veel en dat geeft mij energie. Het is niet de makkelijkste tijd voor de kerk, maar ik hou wel van een beetje tegenwind. Als het saai wordt, is het tijd om te gaan.”
Levensloop
Miranda Roobol (1971) groeide op in Den Helder en Lelystad, samen met haar ouders en zus. De vader van Miranda werkte onder meer als hoofd administratie van de gemeente Lelystad en haar moeder ging daar toen de kinderen wat ouder waren aan de slag als maatschappelijk werkster op de afdeling sociale zaken. Aansluitend op de havo volgde Miranda de directie secretaresseopleiding van Schroevers en studeerde ze aan de Hotelschool in Leeuwarden. Na een baan in de hospitality werkte ze elf jaar voor ABN AMRO en daarna voor een woningcorporatie in Lelystad. Daarna was ze enige tijd als freelancer actief. In september 2014 trad ze aan als algemeen secretaris van de Oud-Katholieke Kerk. Miranda heeft een dochter en een zoon en woont in Dronten.

