‘Code Paars’ bij het afscheid van bisschop Dick Schoon

Het leek alsof het KNMI voor zaterdagmiddag 27 juni in de Haarlemse kathedraal even een speciale categorie had ingevoerd: code Paars. In een bomvolle kerk waar ook veel paars te zien was, de kleur van bisschoppelijke overhemden, kregen de kerkgangers te maken met tropische omstandigheden. Met flesjes water en wapperende liturgieboekjes lukte het om de twee uur durende pontificale eucharistieviering bij het emeritaat van de Haarlemse bisschop Mgr. dr. Dirk Jan Schoon vol te houden. “Je hebt het achttien jaar gedaan”, aldus deken Robert Frede, “dat is langer dan Mark Rutte minister-president is geweest.” “Ik heb geprobeerd om steeds mijn best te doen”, vatte de ontluikende emeritus-bisschop het zelf samen.  

Tekst: Jan-Willem Wits
Fotografie: Marjolein van Panhuys

“In de gesprekken voorafgaand aan jullie Vormsel was ik steeds met blije verwondering diep geraakt hoe jullie stuk voor stuk over jullie geloof vertelden. Daardoor ben ik eigenlijk heel optimistisch over de toekomst. Je hoeft niet bang te zijn om voor de Kerk te kiezen.” Dat zei bisschop Schoon tijdens een ontmoeting in Sociëteit Vereeniging die hij voorafgaand aan de kerkdienst had met twintig vormelingen uit het verleden. Vrijwel alle deelnemers hadden een andere of geen kerkelijke achtergrond toen ze als (jong-)volwassene met de Oud-Katholieke Kerk in aanraking kwamen. “Na de eerste kennismaking ben ik eigenlijk nooit meer weggegaan”, was een veelgehoorde uitspraak. Iemand kreeg de lachers op zijn hand met de ‘onthulling’ dat hij via de kroeg in de kerk terecht was gekomen. “Een vriend van mij vertelde er zo enthousiast over dat ik maar eens langs ben gegaan om een kaarsje op te steken. Ik voelde mij meteen thuis.” Vooral de openheid voor nieuwkomers en de hartelijke gastvrijheid werden vaak genoemd. Een vormeling die een vaste plek had tussen twee oudere kerkgangers sprak zelfs over de ‘bonus-oma’s’ die hij gaandeweg gekregen had.  

Familiegevoel 

“Onze parochie is enorm divers. Ik weet zeker dat wij nooit een groep zouden zijn zonder ons gedeelde geloof. Dat maakt onze gemeenschap ondanks die verschillen zo hecht”, vertelde iemand. Dat familiegevoel werd breed herkend, juist omdat veel oud-katholieke parochies relatief klein zijn. Ook een deelnemer die als een van de weinigen wel van jongs af aan met de Kerk opgroeide, zei grappend: “Je krijgt er als het ware een familie bij. Al is mijn biologische familie zelf toch ook al behoorlijk oud-katholiek.” Dat neemt niet weg dat kiezen voor de Kerk in deze tijd de nodige vragen bij collega’s, vrienden en zelfs familieleden kan oproepen. Onwetendheid en onbekendheid met het christelijk geloof kunnen daarbij een rol spelen, maar ook alle negatieve publiciteit over seksueel misbruik maakt dat sommigen mensen verbaasd zijn dat je daarbij wilt horen. “De weerstand van mijn ouders tegen de kerk en het geloof is zo groot dat ik het ze nog niet eens heb durven vertellen”, aldus een vormeling die vorig jaar gedoopt en gevormd werd. Ook daarom kan het deel uitmaken van een geloofsgemeenschap een grote steun zijn. “Geloven is geen privézaak maar iets dat je met anderen wilt delen”, was de gedeelde conclusie.  

Memoires 

De vormelingen kregen ook de mogelijkheid om vragen aan de bisschop te stellen. Of hij al bezig was met het schrijven van zijn memoires? Mgr. Dick Schoon, lachend: “Naast de formele administratie van vormsels, wijdingen, etc. ben ik ook een dagboek bij gaan houden. Niet alles daarvan is geschikt om nu al openbaar te maken… Ik zorg er wel voor dat als iemand over zeg honderd jaar op deze periode wil promoveren zij of hij ook bij het ‘geheime archief’ kan.”  De bisschop vertelde dat in de afgelopen achttien jaar zijn geloof was verdiept maar dat hij ook minder naïef was geworden. “Ik ben mede dankzij Augustinus niet al te optimistisch over het verschijnsel mens. Dan kan het ook minder snel tegenvallen. Toch heb ik om moeten gaan met gedrag van mensen waar ik zeer veel moeite mee had. Ik ben older, wiser and sadder geworden. Ik denk dat we ook in moeilijke tijden, zoals rond een misbruikzaak, onze verantwoordelijkheid hebben genomen en er daarom goed doorheen zijn gekomen.”  

‘First lady’ 

Lidwien, de echtgenote van Dick Schoon, werd door een vormeling als de ‘first lady’ van de bisschop geïntroduceerd. Zij vertelde van de afgelopen jaren heel erg te hebben genoten. Als voormalige Dolle Mina vreesde ze aanvankelijk ‘in de schaduw’ van haar man te moeten optreden maar haar ondersteunende rol heeft ze nooit vervelend gevonden. Het is algemeen bekend dat Dick en Lidwien, die zelf eveneens theoloog is, steevast als een hecht team opereren. Als het begrip al terecht is, dan zou je Lidwien daarom eerder als de schaduwbisschop van Haarlem kunnen omschrijven. “Ik heb geweldige dingen meegemaakt en ben dankbaar voor een mooi en wonderlijk leven. Natuurlijk breekt er nu een nieuwe periode aan, waarbij ik hoop dat ik Dick wat vaker zie dan vroeger. Maar in de kern denk ik niet dat er veel gaat veranderen. Dick blijft zichzelf echt wel bezighouden.”  

Cactus

Onderweg van de sociëteit naar de kathedraal maken we nog even een tussenstop in huize Schoon. Trots laat Dick de cactus in de tuin zien die hij van zijn alweer vele jaren geleden overleden oma geërfd heeft. Eén dag in het jaar staat de woestijnplant in bloei. Uitgerekend vandaag is dat het geval. Een knipoog uit de hemel? Nadat de bisschop zijn paarse polo voor een overhemd heeft verruild, een net pak heeft aangetrokken en zijn nieuwe schoenen toont, beginnen de laatste meters naar zijn afscheidsdienst. “Zullen we anders gewoon buiten vieren?!”, oppert Mgr. Schoon na het zien van de door de hittegolf verlaten straten. De eerste kerkgangers staan al buiten te wachten en het kost enige moeite om te voorkomen dat de bisschop blijft hangen om gezellig bij te kletsen in plaats van zich naar de (om)kleedkamer te haasten. Na iedere kledinglaag die aan de pontificale outfit wordt toegevoegd – naast het overhemd een albe, stola, kazuifel en mijter – slaakt de bisschop een diepe zucht. De aanstaande emeritus-bisschop, och arme, is op zijn eigen feestje veruit het warmste aangekleed.  

Antilliaanse toestanden 

Nadat de liturgische equipe op het binnenpleintje van de kathedraal nog even poogt om wat frisse lucht te vangen, is het tijd om de trap naar de bovenkerk te bestijgen. Ondanks de warmte is de intieme kathedrale kerk met zo’n tweehonderd kerkgangers flink gevuld. Een enkeling besluit voortijdig te vertrekken; “Ik hou dit niet vol”. Bij binnenkomst lijken we op de Antillen te zijn beland, vol dames met waaiers (waarvoor al dan niet het liturgieboekje wordt gebruikt) en heren in korte broek en op sandalen. In het bisschopsvak zien we dat de meeste prelaten hun jasje maar hebben thuisgelaten. Alleen de burgemeester van Haarlem houdt moedig stand met pak en das. Zo’n dertig kerkgangers wonen een parallelle viering in de sociëteit bij door een videoverbinding met de kathedraal en een eigen eucharistieviering met twee ‘assisterende’ priesters.  

Te Deum 

Ondanks de tropische omstandigheden genoten de aanwezigen van een pontificale eucharistieviering die de vrome schoonheid van de oud-katholieke liturgische traditie in volle glorie toonde. De dienst bevatte ook een muzikale primeur met de uitvoering van een speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd Te Deum, een eeuwenoud christelijk lof- en danklied dat volgens de overlevering al in 400 zou zijn geschreven door  bisschop Nicetas van Remesiana. Oud-katholieker krijg je het niet. Het was een vriendendienst van de bekende Nederlandse componist Wijnand van Klaveren die de bisschop vroeg of hij iets kon doen. “Muziek voor een Te Deum?”, opperde Mgr. Schoon (zelf een fanatiek zanger) spontaan, al bleek dat achteraf een stevig klusje. Het gelegenheidskoor dat voor de dienst was samengesteld, zorgde voor een adembenemende uitvoering.  

Zaaier en maaier 

In zijn preek haakte de bisschop aan op een tekst van Jezus in het Johannes-evangelie over God als zaaier en de mens als maaier van Gods oogst (Joh 4, 31-38). “Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren”, zegt Jezus tegen Zijn leerlingen. “Juist als je in deze wereld of in je eigen bestaan nog niets merkt van oogst of resultaat, nog niets ziet van datgene waar je als je eigen prestatie trots op kunt zijn, juist daar mag je er als christen op vertrouwen dat die oogst al gegeven is. Dat is voor mij steeds de kern geweest in de pastorale zorg die me werd toevertrouwd, in het voorgaan in de liturgie, dat heilige spel dat Gods aanwezigheid in deze gebroken wereld verkondigt, en in mijn werk als bisschop”, aldus Mgr. Schoon. 

Punt 

“Ik zet vandaag met dankbaarheid een punt achter mijn werk als bisschop van Haarlem. Ik doe dat niet omdat ik er genoeg van heb of erop uitgekeken ben, want het is een eer om met het vertrouwen dat je geschonken wordt en in samenwerking met al je mede-gelovigen en niet-gelovigen het leven te vieren en de kerk van de Heer te mogen dienen. Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan, en ik heb het gevoel dat die laatste gekomen is.”  

Bisschopsstaf 

De liturgische kers op de taart van de viering was voorbij voordat iedereen het door had: de overhandiging van de bisschopsstaf door de bisschop aan de deken die de staf daarna symbolisch op het altaar legde. Zoef. Het tekende wel de nuchterheid waarmee bisschop Schoon met zijn terugtreden omgaat. ‘Zo. Klaar. Volgende!’ Tot het bisdom een nieuwe bisschop heeft gekozen, gewijd en geïnstalleerd, blijft de staf op het altaar van de kathedraal liggen als teken van het ‘interregnum’ dat nu is aangebroken. Tot dat moment ligt de bestuursmacht van de bisschop bij de deken als ‘eerste vicaris sede vacante’ en een tweede vicaris die op 1 juli door de Haarlemse geestelijkheid wordt gekozen.   

Optimisme 

Volgens deken Robert Frede nam het bisdom afscheid van een bisschop die steeds stralend en met een “waanzinnig optimisme” herder, leraar en leider was geweest. Ook in zware tijden, zoals toen de Kerk werd opgeschrikt door het nieuws over een priester die in Cambodja werd gearresteerd op verdenking van het bezit en het maken van kinderporno. Volgens de deken nam de bisschop destijds, samen met zijn collega van het aartsbisdom Utrecht, de verantwoordelijkheid om “dingen uit te leggen die niet uit te leggen waren”. “Dat heeft ongelooflijk geholpen. Op het beslissende moment heb je de juiste woorden gegeven aan de gevoelens die bij ons allen leefden. Daar hebben we hoop uit geput om hier beter uit te komen.”  

‘Online’ diensten 

Ook aartsbisschop Bernd Wallet memoreerde de misbruikcrisis. Hij was op dat moment nog niet in functie maar werd later wel betrokken bij de nasleep. “Het heeft geleid tot een andere cultuur met meer openheid en een beroepscode voor alle geestelijken, iets wat bij sommige andere kerken nog niet gelukt is.” De verkiezing van Wallet vond midden in een andere crisis plaats, de Corona-periode. De beide bisschoppen stonden daardoor voortdurend digitaal met elkaar en andere leden van het Collegiaal Bestuur in verbinding en gingen ook samen voor in ‘online’  diensten, een novum in de Kerk. Wallet zei zich steeds enorm gesteund te hebben gevoeld door het vertrouwen dat de Haarlemse collega hem gaf, ook toen hij nog een nieuweling in het bisschopsambt was. Evangelische eenvoud, een diep Bijbelse theologie die ook flink door kerkvader Augustinus werd gevoed, betrokkenheid op maatschappelijke gebeurtenissen en een scherpe geest waren kernwoorden in het beeld dat Mgr. Wallet van bisschop Schoon schetste. En zijn ‘humeur’, aldus de aartsbisschop, maar dat bleek al direct een verspreking van ‘humor’ te zijn.  

‘Baby-bisschop’ 

Ook de Zwitserse bisschop Mgr. Frank Bangerter, die de zieke bisschop Mgr. dr. Matthias Ring als vertegenwoordiger van de Internationale Bisschoppenconferentie verving, keek dankbaar terug op de hartelijke en ongecompliceerde wijze waarop bisschop Schoon een coach was voor jonge collega’s, al werd hij door Schoon plagend de ‘baby-bisschop’ genoemd. “Wanneer hou je eigenlijk op een baby te zijn?”, vroeg Mgr. Bangerter zich af. “Misschien wel vandaag nu jij met emeritaat gaat.” De stokkende stem van de Zwitserse bisschop toen hij stil stond bij de vriendschap en gastvrijheid van Mgr. Schoon en Lidwien zorgde voor een ontroerde trilling door de kerkzaal. Ook bisschop Schoon zelf had daarna moeite om zijn emotie te bedwingen.

Na enkele dankwoorden en voordat de kerkgangers uit volle borst “Volgt uwen Heer, met lichte schreden gaat Hij nu voor ons uit” zongen, sloot de kakelverse emeritus-bisschop de dienst af met een even vanzelfsprekende als niet-liturgisch voorgeschreven intense omhelzing van zijn Lidwien. Amen.