Tjeerd Visser is pastoor van de parochie Hilversum en de statie Mijdrecht. Daarnaast is hij geestelijk verzorger in het UMC Utrecht. Hiervoor was hij een aantal jaar werkzaam als priester van het RK bisdom Rotterdam. Hij is getrouwd en woont in Dordrecht. Beeld: beeld Jeroen Jumelet
Maatschappelijke onrust
Eerder dit jaar liepen de emoties hoog op rond het AZC in Loosdrecht. Wat daar gebeurde stond symbool voor het verzet dat er in tal van gemeenten op gang kwam tegen de opvang van asielzoekers. Asiel is niet de enige kwestie die verhitte discussies oproept. Ook andere onderwerpen zijn gevoelig, zoals het klimaat, Israël en Gaza en het gendervraagstuk, om er enkele te noemen. In de discussies over deze onderwerpen wordt zichtbaar dat Nederland meer en meer een gepolariseerd land is geworden. En het lijkt rond deze onderwerpen maar niet te lukken de zaak in der minne te schikken met behulp van het oude, vertrouwde Nederlandse poldermodel.
Sociale media
Polarisatie is niet nieuw. Ook in het verleden waren er felle discussies over een keur aan onderwerpen. Was het niet het geloof, dan was het de politiek wel. Maar er lijkt een verschil met de huidige tijd. De polarisatie is duidelijker voelbaar en aanwezig. Mijn inschatting is dat de sociale media hier een belangrijke rol in spelen. De anonimiteit ervan maakt dat mensen gemakkelijker hun emoties ongefilterd uiten in teksten die er niet om liegen. Niet zelden worden mensen met de grond gelijk gemaakt.
Verzuiling 2.0.
Maar niet alleen dat: sociale media hebben ook nog iets anders gedaan. Ze hebben een nieuw soort verzuiling in de hand gewerkt. Dit keer niet op basis van ideologie, maar op basis van ons click- en swipegedrag. Algoritmen delen gebruikers van sociale media in in groepen mensen met een vergelijkbaar profiel. Gebruikers dreigen zo alleen maar te zien te krijgen wat mensen uit diezelfde groep te zien krijgen. Het werkt sociale vervreemding in de hand ten opzichte van ‘de ander’ die in een andere groep zit. We komen ‘die ander’ daardoor steeds minder tegen: we zitten immers allemaal in onze eigen ‘bubbel’.
Aandacht
De alomtegenwoordigheid van de sociale media werken – als ik het goed zie – nóg twee problemen in de hand die polarisatie eerder versterken dan afremmen. Het doel van publieke uitingen – meestal online – is namelijk om op te vallen en zoveel mogelijk aandacht te genereren. En de methode: korte zinnen met een scherpe toon, want dan wordt je gehoord. Aandacht is immers schaars geworden. Op de eerste plaats heeft dit tot gevolg dat we verleren te luisteren naar wat de ander zegt, en te vragen waarom hij of zij het zegt. Af en toe zie ik het nog wel gebeuren dat er naar aanleiding van een post op social media een verhelderingsvraag wordt gesteld. Maar als er al op die vraag wordt geantwoord, wordt de vraag meestal persoonlijk opgevat. Daardoor stokt de communicatie al gauw, of ze escaleert. Dit zorgt er vervolgens weer voor – en dat is het tweede probleem – dat mensen ervoor kiezen dan maar liever niets meer te zeggen. De bereidheid om te luisteren en de vrijmoedigheid om te spreken worden door de kwalijke kanten van de sociale media aangetast en wakkeren daardoor polarisatie nog verder aan.
Christelijk sociaal
Hoe moet je nou als mens omgaan met polarisatie? Voor een antwoord op deze vraag zou ik te rade willen gaan bij het christelijk sociaal gedachtegoed. Dit gedachtegoed heeft oude papieren. Op de eerste plaats leert het ons dat geloof – zoals zo dikwijls gedacht en gezegd wordt – niet alleen maar iets is voor achter de voordeur. Het christelijk geloof heeft óók iets te zeggen over het sámenleven van mensen, tot en met de politieke consequenties die dit geloof heeft. Kernelementen van dat denken zijn: algemeen welzijn, menselijke waardigheid, solidariteit en subsidiariteit. Vooral de eerste twee hebben iets te zeggen over de vraag hoe je als mens, en zeker als christen, om zou moeten gaan met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.
Persoon en zaak
Allereerst de menselijke waardigheid. De christelijke visie op de mens leert ons dat hij of zij altijd meer is dan zijn of haar mening. De mens is immers geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Niet onze mening, of de groep waar we toe behoren – al identificeren we ons zelf er nóg zo mee – maar het feit dat we beelddrager zijn van de Allerhoogste maakt onze diepste kern uit. In een discussie – zeker als die gepolariseerd dreigt te raken – vraagt dit principe van ons dat we de persoon van de zaak leren scheiden. In de discussies zoals die – online of fysiek – gevoerd worden lijken mensen dat te zijn verleerd. Mensen worden vaak al te snel geïdentificeerd met hun mening. Men vergeet dat deze mening geworteld kan zijn in een diepe overtuiging die iemand heeft. Doorvragen naar deze overtuiging kan een mooi gesprek opleveren! Los daarvan moet het inzicht dat de mens meer is dan zijn of haar mening ons tot voorzichtigheid manen in de manier waarop we ons tot de ander richten.
Gemeenschap
Een tweede kernelement uit het christelijk sociaal denken dat hier relevant is, is het algemeen welzijn. Onder dit element ligt een ander principe uit de christelijke traditie, namelijk dat van de gemeenschap. Ook dit principe heeft weer te maken met het gegeven dat we als mens geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis: als Drie-ene God is Hij immers gemeenschap in zichzelf. In God zélf is eenheid in verscheidenheid. Voor een christen is gemeenschap dus iets wezenlijks, omdat het niet alleen raakt aan het wezen van God zelf, maar ook aan zijn eigen kern als beelddrager van diezelfde God. Dit besef heeft gevolgen voor de manier waarop hij of zij in de samenleving staat.
Eenheid in verscheidenheid
Inzet voor de gemeenschap is een kerntaak voor een christen. Wezenlijk voor een gemeenschap is dat niemand over het hoofd wordt gezien, dat iedereen mee kan doen, en dat niemand wordt afgeschreven. Immers, in een gemeenschap heerst er eenheid, maar deze eenheid gaat niet ten koste van verscheidenheid. Een christen zet zich in voor dit gemeenschappelijke in de samenleving: hij of zij streeft naar eenheid in verscheidenheid, en waakt over de balans tussen beide. In een samenleving die gepolariseerd is, is dat nog geen eenvoudige taak. Een eerste stap zou kunnen zijn door er in eigen kring mee te beginnen.
Synode
De kerk is altijd een goede leerschool geweest in gemeenschap. Het is bij uitstek de plaats waar mensen met verschillende achtergronden bij elkaar komen, vooral in het vieren van de eucharistie op zondag. Daar vormen zij rond de tafel samen één lichaam, verschillend als zij zijn. Maar ook buiten de eredienst wordt deze eenheid in verscheidenheid vorm gegeven, niet in de laatste plaats tijdens de synode. De synode is een plek waar mensen – niet online, maar fysiek – worden uitgenodigd om vrijmoedig te spreken, en tegelijk te luisteren naar de ander, al denkt hij of zij nog zo anders als ik. Doel van de synode is niet om zoveel mogelijk mensen achter je standpunt te krijgen. Nee, het doel van de synode is om gezamenlijk te onderscheiden wat goed is voor de kerk. En soms kan dat betekenen dat ik mijn eigen standpunt moet laten varen omwille van de gemeenschap, omwille van het algemeen welzijn.
Bruggenbouwers
Dat wat we in de kerk – met vallen en opstaan – leren, moeten we vervolgens ook buiten de kerk in de praktijk brengen. Positief geformuleerd: christenen kunnen zich in de samenleving onderscheiden door juist níet mee te doen in de polarisatie. Wetend hoe belangrijk het is om de persoon van de zaak te scheiden, en levend vanuit het besef dat je deel uitmaakt van een gemeenschap, zouden we ons – mijns inziens – vooral moeten gedragen als bruggenbouwers. Natuurlijk mogen we ook een mening hebben in een discussie, maar we zouden nooit de ander als medemens, als broeder of zuster uit het oog mogen verliezen. Gebeurt dat wel dan gaat dat ten koste van ons christen-zijn.
Profeten
En ja, soms vraagt ons christen-zijn óók van ons om ons uit te spreken. Als de zaak belangrijker gemaakt wordt dan de persoon, als de gemeenschap wordt opgeofferd aan het belang van een individu, een groep, een bedrijf of zelfs een staat, dan móeten we ons uitspreken. Van dit zgn. profetische spreken van de kerk zijn inspirerende voorbeelden te geven uit het verleden. Denk aan mensen als Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King, bisschop Desmond Tutu die – ieder in hun eigen tijd – de profetische tegenstem van de kerk lieten klinken, dikwijls met gevaar voor eigen leven. Maar ook in het heden is het van belang kritisch te blijven. Zo is het een goede zaak dat de Raad van Kerken zich eerder dit jaar publiekelijk heeft uitgesproken over de vraag hoe de kerken moeten omgaan met extreem-rechtsgedachtegoed. In sommige gevallen moeten christenen dus profeten zijn die een tegenstem laten horen.
Polarisatie
Kenmerkend voor polarisatie is dat de posities in een discussie over een kwestie opschuiven naar de extremen. Dat het goede te vinden is tússen twee extremen is een aloude wijsheid die ook door christenen al vroeg is omarmd. Vanuit de christelijke traditie bekeken lijkt mij hier dan ook een belangrijk uitgangspunt te liggen voor de vraag hoe je als mens moet omgaan met polarisatie. Het streven naar gemeenschap en het blijven zien van de persoon, ongeacht zijn mening, zijn volgens mij belangrijke wegen die wegleiden van de extremen die polarisatie kenmerken. Of het nu gaat om een discussie over asiel, over klimaat, over Israël en Gaza of over het gendervraagstuk, een christen blijft weg van de extremen door te blijven luisteren naar de ander en zich tegelijk vrijmoedig te blijven uitspreken voor het goede, het ware, het schone.

