Bijkomen in emeritaat

Hoe vergaat het een bisschop die met emeritaat gaat? Waarschijnlijk niet veel anders dan iedere andere pensionado. Ik neem u mee bij mijn eerste stapjes in dit voorheen mij onbekende land. 

Eerst moesten we bijkomen van het geweldige afscheid dat we op 27 juni vierden. Met een enorme hoeveelheid cadeau’s en lieve woorden op kaarten en in mailtjes, en met ontroerende en aangrijpende brieven in het Brievenboek voor Bisschop Dick hebt u mij bedankt, niet alleen voor mijn tijd als bisschop, maar soms ook voor mijn hele werkzame leven in de kerk. Het is wonderlijk om zo je hele leven aan de hand van herinneringen van anderen aan je voorbij te zien komen. Ik realiseerde me met hoeveel mensen ik verbonden was en ben, hoe rijk die gemeenschap van de kerk is, wat voor prachtig beroep ik heb gehad, en op wat voor wonderlijke wijze een enkel woord soms voor iemand van betekenis is geweest. Dat alles vervult me met grote dankbaarheid, allereerst dan toch aan God als oorsprong en doel van mijn bestaan, en direct daarna aan u allen. Het is ondoenlijk om iedereen persoonlijk voor zijn of haar goede woord of cadeau te bedanken, en ik doe dat hierbij, langs deze weg: alle briefschrijvers, familie en vrienden, collega-bisschoppen uit binnen- en buitenland, medewerkers van het bureau in Amersfoort, organisatoren van het afscheid, kerkelijke en niet-kerkelijke meevierders, geestelijken en leken uit onze eigen kerk, uit andere kerken en uit de oecumene: heel, heel hartelijk dank! 

Nadat we een beetje bijgekomen waren kwam er een vreemde luwte, een soort windstilte. Als ik’s morgens wakker word, realiseer ik me dat ik geen afspraken heb. En als ik ’s avonds mijn boeken op mijn bureau nog open heb liggen, hoef ik die niet op te ruimen om de volgende dag mijn werk te kunnen doen. Ik had de wonderlijke ervaring dat ik voor het eerst in een kleine veertig jaar niet de hele dag inclusief de weekenden hoefde ‘aan te staan’. Het kwam goed uit dat er een hittegolf overheen kwam, want die noodzaakte sowieso tot inspanning op een laag pitje. Het enige waar ik het nog druk mee had, was het maken van pruimenjam, want de boom in onze tuin leverde twintig kilo mirabellen. Het werd dus pruimenjam wat de klok sloeg, ook voor de Haarlemse kerkgangers. 

Net voordat die zorgeloosheid tot ledigheid dreigde te leiden, kwam ik op het idee om het archief in het Franse Troyes te gaan bezoeken voor een klus waar ik – zoals velen weten – voor mijn werk aan het seminarie al een tijd mee bezig ben. Zo’n archief is heerlijk, want beschikt meestal over een uitstekende airco, het is er ’s zomers aangenaam rustig, met medewerkers die zo’n onderzoeker uit het buitenland graag van dienst zijn. Ik maakte honderden foto’s van archiefstukken die ik sindsdien thuis bekijk; wat daaruit komt, hoort u een andere keer. We plakten aan Troyes vier dagen Dijon vast. Daar hadden we van een eerder bezoek lang geleden al zeer goede herinneringen aan, en die werden bevestigd door het bezoek nu. 

Weer thuisgekomen ervaar ik wat meer pensionado’s meemaken: voor je het weet is je tijd meer dan gevuld. Ik mag voor het exegesetijdschrift De Eerste Dag bijdragen leveren over de eerste hoofdstukken Genesis en voor de Unie van Utrecht mag ik wat internationaal werk doen. Daarnaast gaat het seminariewerk weer van start, en daar verheug ik me op. Maar eerst is er de verkiezing van de nieuwe bisschop. Ik moest me inhouden om me nergens mee te bemoeien, maar ik ben wel erg benieuwd! 

Dick Schoon