Groet bij het begin van de vastentijd

De veertig dagen voor het grote feest van Pasen zijn een tijd van inkeer, een tijd van bezinning op waar het werkelijk om gaat. Een tijd waarin de zaken, die er minder toe doen, wat naar de achtergrond verschuiven en niet zo afleiden. De veertigdagentijd was dan ook van oudsher een tijd van vasten en is dat nog steeds voor velen.
De bisschoppen zenden ieder jaar een groet uit bij het begin van de vastentijd, ditmaal een oproep om in het voetspoor van Jezus om te zien naar de kleinen, de zwakken, in dit bestaan.
Een goede vastentijd gewenst.

Groet
In de Evangelische Broedergemeente van de Hernhutters te Zeist namen een tijd geleden twee voorgangers afscheid. Samen met een afscheidsbrief lieten zij een schatkistje achter met twee schatten er in neergelegd die zij aan de gemeente toevertrouwden. De eerste schat bestond uit in elkaar gevlochten papieren ringen met allerlei wensen. Deze wensen kwamen uit een dienst voor jong en oud met als thema “Welkom thuis”. De ringen verwezen naar de verbondenheid in de gemeente. Niemand mocht ooit uit de boot en uit hun hart vallen. Een teken van een uitnodigende gemeenschap van christenen waar elkeen gastvrij onthaald wordt, als een gelijke met respect benaderd wordt en de ruimte krijgt om te ademen. Ook een gemeente waar mensen een geestelijke thuis zouden mogen vinden om God te zoeken en te ontmoeten. De ringen waren ook een teken dat de kring verder liep dan de kerkdeur of de kring van de gemeenschap. Open voor de zorgen die mensen en de wereld treffen en die aan de voordeur van elk huis komen aankloppen.

De tweede schat was een geluidsband van een meter lang. Wat stond daar op om te beluisteren? Het waren 5 seconden stilte, die de IKON bij een opname eruit had geknipt. Een lange stilte wordt door radioluisteraars blijkbaar niet op prijs gesteld. Voor gelovigen is stilte belangrijk om te luisteren naar Gods Woord en naar wat Jezus ons te vertellen heeft.

De ringen staan voor de breedte van ons geloof naar anderen toe vooral naar de minsten of die getroffen zijn door allerlei ongevraagd ongeluk of onheil. De stilte staat voor de diepte die wij blijven zoeken in ons leven en geloof. In elke vastentijd van veertig dagen voor Pasen vragen de kerken ons om naar ons zelf te kijken. Op Aswoensdag worden wij toegesproken met: “Bekeert u en gelooft in het evangelie”. Op het recht maken van onze levensweg als op een treinreis op weg naar de Stad Gods, willen wij ook anderen meenemen in deze vastentijd van bekering en inkeer.
In onze dagen kijken velen met onzekerheid naar de toekomst. Er komt zoveel armoede bij de laatste jaren in ons land en elders. Geld en economie gaan zoveel bepalen. Enkelen worden stinkend rijk, terwijl anderen het hoofd maar met moeite boven water kunnen houden. Geweld en eigenbelang lopen voorop. En velen hebben een kort lontje en lange tenen en vliegen meteen op je af als hun persoontje bedreigt lijkt te worden. En dan hoor je wel eens zeggen: kunnen de christenen ons niet de weg naar nieuwe zingeving open maken. Daartoe willen wij proberen eerst zelf Jezus de Christus na te volgen. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Ook in onze tijd. In zijn spoor worden wij opgeroepen om barmhartig te zijn, om vol mededogen om te zien naar de anderen vooral de kleinen en om nooit over een mens heen te lopen. Onze God die mensen verder door het leven draagt. Het verschijnen van Gods menslievendheid geeft zin aan ons leven en deze wereld. Als kringen vol liefde die wij zoeken als sporen in de stilte van dag en nacht. Maar vooral in de ogen van de ander kijkt God ons zelf aan.

Geef Heer ons
de behoedzaamheid van uw handen,
de goedheid van uw ogen,
de vriendelijke glimlach van uw mond,
de vastheid vol vertrouwen van uw stappen,
de vrede en rechtvaardigheid van uw woorden,
de barmhartigheid van uw hart,
het vuur van uw Geest
en de liefde in de stilte van zijn Aanwezigheid.

Een goede voorbereiding op Pasen gewenst.

Uw bisschoppen
Joris Vercammen en Bert Wirix

Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 28 februari 2006